|
North Sea RegattaZaterdag 23 mei 15:45 uur. IJsvogel ligt voor anker op een rimpelloze Noordzee. Zo’n 25 mijl voor de te ronden boei voor IJmuiden. De zee is hier 30m diep. Dus lijnen aan elkaar geknoopt en het lichte anker gezet. De wind komt van alle kanten en is slechts 3 knoop. En de stroom zet ons richting Denemarken. Dan is ankeren de beste oplossing. Om ons heen zien we verschillende boten die achteruit varen. Kennelijk het anker thuisgelaten. In Woolverstone viel op dat nogal wat boten helemaal leeggehaald waren. Geen vloerdelen zodat je over de spanten moet lopen. Niets om mee te koken, slapen gebeurt in een hotel, want er zijn geen kooien, matrassen, e.a. Dat is feitelijk tegen de regels. IJsvogel is een gentlemen racingship, dus voorzien van 2 ankers, oven, wijn en comfortabele slaapplaatsen. Voor de eindclassering is dat dus wat minder handig. Vrijdagochtend vroeg zijn we vertrokken richting startgebied voor de haven van Harwich. Om 11:40 uur Nederlandse tijd zijn we goed gestart in een veld met in totaal zo’n 70 boten. Alle manoeuvres liepen gesmeerd, we lagen keurig voorin. Een paar mijl verder helaas de stroom wat onderschat. Die loopt zo maar een knoop of 2-3 en daar moet je niet tegenin willen varen. Met vier boten tegelijk geprobeerd een ton in forse tegenstroom te ronden. Dat ging maar net goed. Een protest tegen IJsvogel opgelost door een strafrondje te draaien. Wat in de achterhoede aan de lange tocht (60 mijl) naar de Smith’s Knoll boei vertrokken. Genaker op, 20 knopen ware wind en snelheden van boven 10 knopen geregistreerd. In sneltreinvaart denderde IJsvogel langs de Engelse kust naar boven. Schattingen over aankomsttijd in Scheveningen werden steeds optimistischer. Totdat de wind terugviel naar max. een knoop of 6. Precies in de rug. Tergend langzaam kroop IJsvogel vervolgens vooruit. Sturen moest uiterst geconcentreerd gebeuren om nog wat snelheid te behouden. De stroom in de rug deed gelukkig de rest. Wel ondertussen een hele stoet lichtjes ingehaald in het nachtelijke duister. Van wit naar groen of rood, dat is weer een tegenstander voorbij. Miech, Ek en schipper bleven op tot Smith’s Knoll gerond was, uiteindelijk pas op 05:35 uur. Ook de oversteek ging traag. Zo’n knoopje of 4-5 richting IJmuiden. Dan is 60 mijl een eind. Rond half drie, we lagen weer voorin, besloten we Zuid te gaan voorliggen daar de stroom ons richting Denemarken dreigde te zetten. Uiteindelijk was om 15:00 uur ankeren de beste oplossing. Nog 50 mijl te gaan. Nog een kwartiertje…..We zijn uiteindelijk als 16e van de 20 boten in ORC-klasse 2 binnengelopen. Na 1,5 uur anker op gegaan. Er stak een briesje op. Toen een flinke slag naar de kust gemaakt. De concurrentie was spoorloos. Alleen Lucifer (een lichtgewicht 32 voeter) was vlakbij. Met veel pijn en moeite de munitie opslag boei bij IJmuiden gerond. Net als vorig jaar stond er veel stroom en een draaiende lichte wind. Pas om een uur of elf ’s avonds kon de tocht richting Scheveningen beginnen. Een werkelijk voortreffelijke verse pasta schotel van Joost hield het moraal op peil. Maar duidelijk was dat we het niet gingen halen. We zouden tot een uur of 02:30 uur stroom mee hebben. Vier uur voor een mijl of 30 in een lichte bries? Geconcentreerd lieten we IJsvogel zo hard mogelijk mijlen maken. Om 02:30 uur lagen we nog slechts 7 mijl van de finishlijn af. De haven, Den Haag, de pier… alles was goed zichtbaar, maar de stroom maakte het onbereikbaar. In de uiterst lichte wind konden we max. 3 knoop lopen, maar meestal eentje minder. De stroom (springtij) zorgde ervoor dat onze feitelijke voortgang niet meer was dan een mijltje per uur. Tussen 03:00 uur en 04:00 uur wonnen we 0,2 mijl. Vier uur later, om 06:30 uur waren die 7 mijl eindelijk afgelegd. Marco en Ek waren afgedraaid. In totaal 42 uur en 13 minuten wedstrijd gevaren over royaal meer dan 210 mijl. Een gemiddelde snelheid (inclusief ankeren) van minimaal 5 knoop, met een max. snelheid rond de 11 knoop. En een 16e plaats, zo’n uur of 4-5 achter onze belangrijkste concurrenten. Uiteindelijk precies 48 uur op het water geweest. Na de finish een wat narrige Brit uit IJsvogel’s box gejaagd en schoonship gemaakt. Na koffie met ochtendborrel (!!) huiswaarts gegaan. Bij de nabespreking bleek dat een klein taxatie foutje ons de nachtrust heeft gekost. Concurrenten Blondie en Antarus zagen ons 30 mijl voor de kust van IJmuiden plots naar het Zuiden koersen. We hadden het gevoel te ver van onze koerslijn af te drijven. Blondie lag 400m voor ons en zag in de verte boten met wind in de zeilen. Dichter bij de Nederlandse kust bleek dat de door Gerrit Hiemstra voorspelde NO-bries wel aanwezig was. Alleen niet in de smalle strook waar wij ankerden. De concurrentie bleef met enige snelheid richting de Nederlandse kust koersen en pikte de bries op. Vandaar met stroom mee rap langs de boei voor IJmuiden en in een door moeite naar Scheveningen. IJsvogel deed het anders en was daarmee het laatste schip wat nog door het wedstrijdcomité begroet werd. “Hallo Marcel, maar wat langer genoten van het mooier weer?”, klonk het via marifoonkanaal 72. Wel weer een prachtige zonsopgang, Scheveningen in de prille ochtend, meegemaakt…dat wel. Inderdaad, dat had 5-6 uur sneller gekund. Een mooie classering lag onder bereik. Een kwestie dus van een kwartiertje doorvaren richting kust…Volgend jaar blijven we richting kust varen!!! |
