Dierenleed (deel 2)

Wij hebben een roodharige kat. Willem van Oranje geheten. Genoemd naar de Laan waar hij is opgegroeid. Toen hij 7 was kregen we hem cadeau. De eigenaresse was allergisch voor hem geworden. Willem is nu 17 en begint oud te worden. Eens een forse rode kater, dominant aanwezig in huis en op straat. Nu mager, blind en altijd honger. Buurman is dierenarts. Willem moest nodig aan zijn tanden behandeld worden. Konden zijn nagels ook eens gekortwiekt worden. Vrijdag 19.30 uur was een goede tijd voor een bezoek aan de kliniek, aldus de buurman.

Na een drukke dag naar huis geraced om Willem op te halen. Dus kat met zijn mand achterin de auto gezet onder het afdekzeiltje. Onder luid protest van de familie. Willem moest in zijn reismand. Maar die stond ergens onder de vloer, diep verborgen en zo af en toe heb ik iets gemakkelijks, wat eigenwijs, tegendraads… Na 500 meter gereden te hebben zat Willem al op de achterbank. Na een kilometer werd duidelijk dat hij door het doen van alle mogelijke behoeften op die bank zijn protest kracht bij zette. Met open ramen de laatste 2 kilometer afgelegd. Via de spiegel zag de achterbank van mijn milieudiesel er treurig uit. Met niet geheel frisse kat en mand de praktijk binnengestapt. We waren helaas niet de enigen. Tien paar ogen draaiden eensgezind afkeurend onze kant op. De aanwezige huisdieren netjes in gesloten plastic reismandjes met krant tegen lekkage. Poedels, tekkels, de dierenliefde kwam me in grote mate tegemoet. Ik was overduidelijk in een totaal andere wereld beland.

Willem kroop uit zijn mand tegen mijn borst omhoog. Al die aandacht was hem kennelijk wat teveel. De resterende behoefte vloeide via mijn overhemd over mijn broek. En de lucht die eerder de Toyota teisterde drong nu de praktijk binnen. Geen van de dierenliefhebbers sprak een woord. Het was doodstil in de wachtkamer. Met de hand voor haar neus wees de receptioniste op een rol papier. Shirt, broek, kat en auto provisorisch schoongemaakt. Na een half uurtje wachten mochten we door als laatste patiĆ«nt. Eindelijk verlost van de vermanende blikken van de ware dierenliefhebbers. Buurman was al even wezen kijken, wat er allemaal aan de hand was. Professioneel keek hij naar kat en mand, en naar de grote bruine vlekken op mijn werktenue. “zo Willem, heb jij het baasje even te pakken genomen.”

Marcel Schuttelaar

international website