Een maatschappelijk dilemma op nanoschaal

In de eerste maand na de introductie verkocht Apple ruim één miljoen stuks van zijn nieuwste muziekspeler, de iPod Nano. Met zijn minieme afmetingen en sexy design is het een populair hebbedingetje geworden. Gezien de aanduiding ziet Apple het begrip nano als positief, het staat voor klein, licht en high tech.

Ook voor de milieubeweging lijkt ‘nano’ een hebbeding te worden, zij het om een heel andere reden, vanwege de vermeende risico’s van een nieuwe technologie. De NGO’s maken zich zorgen over deze technologie van de zeer kleine structuren en deeltjes waarvan de risico’s nog niet bekend zijn. Ze vinden dat het voorzorgsprincipe moet gelden. De organisaties hebben in verschillende landen de eerste toepassingen van nanotechnologie al op de agenda gezet, waaronder nanodeeltjes die in antizonnebrandmiddelen zitten. Ook associëren ze nano met het superkleine, zoals de discussies over fijn stof en de tonerdeeltjes van printers.

Moeten bedrijven zich voorbereiden op een maatschappelijk discussie rond de nanotechnologie? Begin oktober hebben prof. Arie Rip (Universiteit Twente) en ik hierover een lezing gehouden op de eerste nationale micro- en nanotechnologie conferentie in Wageningen (zie de presentatie elders op deze site). Afgaand op de reacties uit de zaal leeft de discussie nog niet echt. Dat is begrijpelijk als je sensoren of ICT-toepassingen van nanotechnologie verkoopt, maar zodra nanodeeltjes in een consumentenproduct worden toegepast, bijvoorbeeld in voeding of personal care kun je je maar beter voorbereiden. Het is een teken aan de wand dat de verzekeringsmaatschappijen dit soort toepassingen nog niet willen verzekeren, omdat ze vrezen voor asbestachtige effecten wanneer nanodeeltjes in het lichaam komen.

De vraag is wat we met de discussie aan moeten. Duiken, en maar zien wat er van komt? Of met open vizier de maatschappij tegemoet treden? De eerste optie is verleidelijk. Bedrijven in de biotechnologie die deze strategie hebben gekozen bleven doorgaans uit de wind van de maatschappelijke discussie.

De tweede route is openheid van zaken geven. Laat zien dat je met nanodeeltjes werkt, dat je de eventuele risico’s onderkent en dat die binnen aanvaardbare grenzen liggen. Het zou ertoe kunnen leiden dat je in het licht van de maatschappelijke schijnwerpers terecht komt, maar als je je huiswerk goed hebt gedaan hoef je niets te verbergen.

Mijn voorkeur gaat uit naar de laatste aanpak. De les die we met biotechnologie hebben geleerd is dat struisvogelpolitiek op de lange termijn een hele sector schaadt en de innovatie vertraagt.

Fridus Valkema is strategisch adviseur bij Schuttelaar & Partners.

international website