In de hemel mag je roken

Er zijn van die plaatsen die ‘uitnodigen’ om volledig gelukkig te zijn. Het IJsselmeer op een warme zomeravond, de lome bries, het felle strijklicht wat onder de wolken doorkijkt. Neerlands enige baai, de bocht van Vlieland en de plaatselijke strandtent voor die leegmakende blik over zee. Zo ook een klein hotel-restaurant ‘De Watergeus’. Prachtig gelegen, met terras aan een ydillisch veenplassengebied. Een kaart met fantastische streekproducten van ambachtelijke kwaliteit. Rundvlees van Piet van de Berg en huisgekookte vis van de laatste plaatselijke binnenvisser. En groenten van tuinders uit de buurt, vers is vers. Zo eens per jaar kom ik er een avondje genieten. Af en toe sturen ze een kaartje of folder om je aan te verlekkeren. Na de vakantie kreeg ik een folder met de volgende gedachtegang van de eigenaresse van het etablissement. ‘Moet de Watergeus rookvrij?’ Gasten dachten er heel verschillend over.

“Mijn collega’s aarzelen en vinden het weinig gastvrij om een rookverbod in te stellen… Ik rook zelf niet dus ík heb makkelijk praten… Dus wat doen we? We maken de Watergeus vanaf 1 oktober rookvrij… Blijft nog de vraag of we een ‘rookabri’ gaan bouwen, misschien een prieeltje bij de achterdeur? Ik neem de beslissing met pijn in mijn hart. Er zijn al zoveel regels. Mijn vader rookt ook wel eens een sigaar. Ik houd daar van! Het geeft een gevoel van vroeger, van veiligheid en thuis… Laatst lunchte hij met mijn moeder in de Watergeus. Het is gezellig en ik schuif ook even aan tafel. Hij kijkt zoekend in de rondte terwijl hij een klein sigaartje uit zijn binnenzak tovert. ‘Heb je geen asbakken?’ Ik leg hem uit dat we een ‘rookbeleid’ voeren, maar dat we eigenlijk worden verondersteld het helemaal te gaan verbieden. ‘Tja,’ zegt hij ‘mag ik dan geen klein sigaartje meer opsteken? We hebben zo lekker zitten smikkelen!’ ‘Ik heb een gedichtje geschreven’ meldt hij, ‘over dat roken, want ik heb de kranten natuurlijk ook wel gelezen’. Hij vist het rijmpje uit zijn zak en leest het voor.”

De oude man!
Hij zat in een hoekje van een restaurant,
Alleen,
En roerde in zijn koffie
Op tafel voor hem lag een ongelezen krant

Zijn vrouw was hem reeds voorgegaan,
Alleen,
‘Ga jij maar eerst’, had hij gezegd
‘Zo gauw ik kan kom ik er achteraan’

Toen pakte hij zijn pijp,
Zijn ogen waren reeds gebroken,
En wat tabak,
want: ‘in de hemel mag je roken’!

Gedicht: Bas de Geus

Marcel Schuttelaar

international website