Recente columns |
Natuur en economie geen paar apartRobbert Coops, Strategisch Adviseur CSR bij Schuttelaar & Partners Het regeerakkoord en de Miljoenennota zijn het met elkaar eens. Een goed natuurbeheer en het op peil houden van de biodiversiteit zijn belangrijk. Maar de consequentie dat er dan ook forse maatregelen en investeringen nodig zijn om het verlies aan biodiversiteit tegen te gaan wordt volgens mij nog te veel met de mond beleden. En hoewel het kabinet aangeeft internationale verdragen te respecteren – wat een trouvaille – blijken de afspraken over het verstandig omgaan met de aarde en haar natuurlijke hulpbronnen nog wel erg vaag. “Een planeetvriendelijke economie kan worden gerealiseerd door het borgen van de kwaliteit van bodem en water, het duurzaam gebruik van diensten die biodiversiteit ons levert en het sluiten van kringlopen”. Maar wat zijn nu de echte ambities? Nederland heeft zich in 1992 internationaal verplicht tot het behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit en een eerlijke verdeling van de lusten en lasten. Biodiversiteit, de verscheidenheid van genen, soorten en ecosystemen wordt ernstig bedreigd. Nu al staat 40% van de planten en dieren in de gevarenzone. Het tempo van het huidige verlies zal bij onveranderd beleid de komende decennia drastisch versnellen. De houdbaarheid van economisch herstel wordt daardoor direct bedreigd. Het gaat kortom niet goed met “ons” natuurlijk kapitaal. Vis raakt op, oerwoud verdwijnt, landbouwgrond verzilt of verandert in woestijn en zoet water wordt steeds kostbaarder. Het verlies aan natuurlijke hulpbronnen raakt direct onze voedsel- en medicijnproductie. Om een dreigende ramp te voorkomen zal een forse omslag in beleid en uitvoering moeten worden gemaakt. Nieuwe maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van de achteruitgang van biodiversiteit – ons natuurlijk kapitaal – zijn hoogstnoodzakelijk. Niets doen is geen optie, omdat het duurzaam economisch herstel in de weg staat en miljoenen mensen in honger en armoede drijft. Het stoppen van het dramatische verlies van biodiversiteit vormt daarom, met klimaatverandering, de meest belangrijke, mondiale milieuopgave van de komende decennia. De ernst van deze situatie en de noodzaak om forse maatregelen te treffen worden echter nog maar door weinigen gezien. Het ontbreekt daartoe aan een helder maatschappelijk en politiek begrip van de (economische) waarde en het belang van biodiversiteit. Voor zover traceerbaar is biodiversiteit in de verschillende onderhandelingen over het regeerakkoord tot nu toe nauwelijks aan bod gekomen. De Coalitie Biodiversiteit – onder voorzitterschap van de toekomstige burgemeester van Maastricht Onno Hoes (VVD) – is in het kader van het huidige VN-jaar van de biodiversiteit actief aan de slag om hiervoor draagvlak te ontwikkelen. Sinds begin dit jaar hebben zich al bijna 200 publieke en private partners en initiatieven aangesloten. Het duidt er gelukkig op dat het begrip en de belangstelling voor dit onderwerp zijn toegenomen. Maar er is meer nodig om alle geformuleerde, ambitieuze doelstellingen te bereiken. Zo heeft de door het kabinet ingestelde Taskforce Biodiversiteit en Natuurlijke Hulpbronnen, onder voorzitterschap van ex-minister van VROM, Hans Alders (PvdA), de nodige aanbevelingen gepubliceerd over de internationale verantwoordelijkheid van ons land waar het gaat om het taakstellend terugdringen van de ecologische voetafdruk van burgers in 2020 en de ambitie om de industrie biodiversiteitneutraal te laten zijn. Het advies benadrukt de creativiteit en het oplossend vermogen van het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Door de inzet van onze expertise en ondernemingskracht voor internationale efficiencyverbetering en duurzame productieverhoging te intensiveren kan op het terrein van biodiversiteit veel bereikt worden. Dat kan ook door gericht te investeren in een groene industriepolitiek en/of door het hanteren van een lagere discontovoet voor biodiversiteit, het ontwikkelen van bonus/malus systemen voor duurzame producten, het doorvoeren van een ambitieuze fiscale agenda voor de vergroening en het instellen van duurzaamheidnormen. Het zijn nog allemaal voorstellen en ideeën die nog onvoldoende zijn uitgewerkt of geïmplementeerd, maar die wel de toon kunnen zetten. Met als doel een bio-based economy. Dat mag geen romantisch of idealistisch doel meer zijn, maar een keihard, onoverkomelijk gegeven waarin economie en duurzaamheid elkaar versterken en in balans houden. De noodzaak om biodiversiteit te behouden en te koppelen aan duurzame en economische doelstellingen is immers vanzelfsprekend. Of zou dat moeten zijn. Alleen al daarom is het van belang dat ook het nieuwe kabinet zich duidelijk uitspreekt over de noodzaak van het behoud van biodiversiteit en de wijze waarop dat nationaal maar zeker ook mondiaal wordt georganiseerd. Het (concept) regeerakkoord lijkt daar weliswaar een bescheiden basis voor te vormen, maar er zal op dat punt veel moeten worden verduidelijkt, het deels nieuwe instrumentarium zal extra zorgvuldig en gericht moeten worden ingezet en de financiële ruimte hiervoor zal – ondanks de bezuinigingen – moeten toenemen. |
Robbert Coops |
