Recente columns |
Onder-de-grondRobbert Coops, Strategisch Adviseur CSR bij Schuttelaar & Partners Nederland voert een klimaatbeleid dat erop gericht is uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen te verminderen. Dat kan op vele manieren. En dat moet ook op vele manieren, want anders lukt het niet om aan alle internationale energiebesparingdoelstellingen te voldoen. Een van de methoden is grootschalige CO2-opslag en -afvang. Dat is een weliswaar tijdelijke, maar effectieve optie om broeikasgas dat anders de lucht in zou gaan ondergronds of onder zee op te slaan. Ons land staat voor fundamentele keuzes om een duurzame samenleving gestalte te geven. Dat kunnen noch private noch publieke organisaties alleen. Er is samenwerking en afstemming, zeker ook in internationaal verband, nodig om tot weloverwogen, effectieve, veilige en vooral goed geïntegreerde, georganiseerde en effectieve oplossingen te komen. Dat is alleen al nodig om de doelstelling van 20% CO2-reductie en 14% duurzame energie in 2020 te halen. Techniek gaat daarbij hand in hand met openbaar bestuur, wetenschappelijk onderzoek en samenleving. Daar bestaat in generieke zin gelukkig consensus over. Vrijwel alle politieke partijen uit de Tweede Kamer, maar ook belangen- en milieugroeperingen zijn het met die benadering in principe eens, ook waar het gaat om de ondergrondse opslag van CO2. Niet iedereen – zo bleek bijvoorbeeld in Barendrecht en recent in Bergen – is echter te overtuigen van het nut en de noodzaak van ondergrondse CO2-opslag. En al helemaal niet over de locatiekeuze. Dat heeft er mede toe geleid dat het kabinet inmiddels heeft besloten af te zien van de kleinschalige ondergrondse CO2-opslag in Barendrecht. De tijdelijke opslag van CO2, bestempeld als demonstratieproject, was daar vooral belangrijk voor de Shell-raffinaderij. Besluitvorming moet nog plaatsvinden over de meer grootschalige opslag van CO2 in Bergen, Groningen en de Noordzee. De bedoeling van het kabinet is om via pilots beter inzicht in de technische, organisatorische, bestuurlijke, milieu- en veiligheidseffecten van CO2-opslag te krijgen. Dat is ook hard nodig. De kennis en inzichten zullen intensief gedeeld en besproken moeten worden met belanghebbenden en belangstellenden. Dat is nodig want er bestaan nog veel vragen en discussies over de externe veiligheid en over de te volgen procedures. Ook zijn er twijfels geuit over de kostenefficiëntie van dergelijke investeringen door het Centraal Planbureau. Er zal dan ook nog veel onderzoek, overleg en communicatie moeten plaatsvinden. De ontstane discussie en onrust die nu ook in Groningen en Bergen is ontstaan komen vooral voort vanuit de onbekendheid met deze relatief nieuwe transitietechnologie van CO2-opslag. Althans in ons land, want in omringende landen is dat – zowel in de zeebodem als op land – al een bekend en beproefd fenomeen. In ons land is onderzoek gedaan, deels samen met de energiesector, maar ook met wetenschappelijke instellingen, milieubeweging en industrie, naar effecten en condities van CO2-opslag. In Barendrecht heeft ook de vereiste milieueffectrapportage een veelheid aan relevant materiaal opgeleverd. Duidelijk was daar in ieder geval dat het geologisch gezien een goede locatie voor de opslag van overtollig en schadelijk broeikasgas is en dat daaraan geen veiligheidsrisico’s zijn verbonden. Het perspectief op wat langere termijn is uiteraard gericht op een CO2-neutrale productie in ons land. En liefst ook daarbuiten. Dat is nodig om aan de (internationale) milieu- en energiedoelstellingen te voldoen. Daarvoor is het van belang om op basis van kennis en demonstratieprojecten verdere beslissingen te nemen. Ook dat kan de overheid niet alleen, want ook de industrie en de energiesector hebben in dat opzicht een eigen verantwoordelijkheid. Zo zullen bijvoorbeeld nieuwe kolencentrales in de toekomst verplicht worden gesteld hun CO2 op een verantwoorde manier op te slaan en opnieuw te gebruiken. Het dwingt de energiesector en de industrie niet alleen te investeren in grootschalige CO2-opslag en –afvang, maar ook tot innovaties die zullen leiden tot een gezonder milieu. Dat laatste is de inzet van alle publieke en private partijen en daarin past ook de tijdelijke opslag van CO2. |
Robbert Coops |
