Recente columns |
Reactie op column Michiel KorthalsStel je voor, je hebt een winkel gespecialiseerd in dameslingerie. Op zekere dag word je gevraagd te reageren op het verwijt uitsluitend herenonderbroeken aan te bieden. Een vergelijkbare verbijstering maakte zich van mij meester toen me gevraagd werd te reageren op de column van Michiel Korthals. Het door hem geschetste beeld herken ik totaal niet. Zelf volg ik al enkele decennia in verschillende hoedanigheden het landbouw-natuur debat. Als bioloog-natuurbeschermer, een tijd lang vanuit mijn functies bij Milieudefensie, ook een periode als bestuurslid van het Centrum voor Landbouw en Milieu en de laatste paar jaar als directeur van Natuurmonumenten. Naar mijn mening is de belangrijkste verandering over die twintig jaar dat vrijwel alle schematische tegenstellingen in veelkleurigheid ten onder zijn gegaan. Sommige boeren zijn zelf natuurbeheerder geworden, andere zijn nog verder gegaan op het pad van intensivering en schaalvergroting. Sommige natuurbeheerders zijn zelf boer geworden, zoals in het Wormer en Jisperveld waar Natuurmonumenten zelf een grote beheerboerderij runt. Grote oppervlakten natuurgebied zijn door organisaties als Natuurmonumenten in beheer gegeven aan boeren. Op andere plekken wordt landbouwgrond afgegraven en omgezet in moeras of heide. Er zijn innige vormen van samenwerking en er zijn ook nog steeds felle conflicten. Dat alles naast en door elkaar heen. Een waarneming die precies tegengesteld is aan wat Michiel meent te zien. Ik zal wat voorbeelden van samenwerking uit de praktijk van noemen. In het Groene Hart, bij Nieuwkoop is Natuurmonumenten onlangs een formele samenwerking aangegaan met een tweetal agrarische natuurverenigingen die meerjarig beheer door boeren van een forse oppervlakte natuurgebied behelst. Vorig jaar was er een prijsvraag voor vernieuwende samenwerkingsvormen op het gebied van het natuur- en landschapsbeheer. Bij meer dan de helft van de tien genomineerde projecten was Natuurmonumenten betrokken, vaak als (mede) trekker. Natuurmonumenten werkt bij voorkeur samen met biologische boeren en draagt dat ook uit. Ook wordt samengewerkt met boeren die hun bedrijf willen verbreden met bijvoorbeeld een bed and breakfast of camping. En de door Korthals genoemde boer bij het Naardermeer is inderdaad vertrokken… naar een ander gebied van Natuurmonumenten in Overijssel waar hij naar we hopen weer jaren verder kan in goede samenwerking met de plaatselijke natuurbeheerders. Daarmee is niet gezegd dat samenwerking altijd makkelijk is. Er wordt in het klein en in het groot heel wat geruzied en onderhandeld. Maar dat is eigen aan het zoeken naar de juiste balans tussen twee partijen die zuinig moeten zijn op geld en menskracht. Ondanks deze positieve ontwikkelingen is ernstige zorg op zijn plaats over de toekomst van de landbouw in de waardevolle cultuurlandschappen. Zeker in het natte deel van Nederland vergt duurzaam beheer van de cultuur- en natuurwaarden van deze landschappen een landbouwpraktijk die niet meer ´van deze tijd´ is als we daarmee bedoelen in staat tot concurreren op de WTO-wereldmarkt. Boeren zullen dus beloond moeten worden voor hun rol in het natuurbehoud. Daartoe volstaan de huidige overheidssubsidies niet en ook een organisatie als Natuurmonumenten is niet in staat het verschil bij te passen. De prangende vraag is dus: zijn we als samenleving bereid de benodigde middelen beschikbaar te stellen. Als Korthals in dat debat nu eens stelling nam, in plaats van schijntegenstellingen aan te wakkeren. Overigens lijken de landbouwwoordvoerders van CDA, VVD en LPF in de Tweede Kamer ook meer geinteresseerd in het aanscherpen van het schema meer natuur = minder landbouw (en andersom) waarmee bij de achterblijvers onder de boeren snel politiek succes is te boeken, dan in het aanvatten van de wezenlijke vragen over de toekomst van ons platteland. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat Michiel Korthals zich bij dat koor wil voegen. Teo Wams is directeur Natuurbeheer bij Vereniging Natuurmonumenten. |
