Stad & duurzaamheid

Voorbeeldige duurzaamheid

Robbert Coops, Strategisch adviseur Schuttelaar & Partners

“De volgende stap in duurzame stedenbouw is duurzame ruimtelijke ontwikkeling”, aldus de werkgroep Duurzame Stedelijke Ontwikkeling in het onlangs verschenen standaardwerk “Duurzame stedenbouw”. Het “effectief verbeteren van ruimtelijke systemen binnen de maatschappelijke en ruimtelijke context” moet – volgens de auteurs, afkomstig uit de gelederen van de NVTL (tuin- en landschapsarchitectuur) en de BNSP (stedenbouw) – eigenlijk een gangbare werkwijze in het ontwikkelproces worden.

En daar hebben ze natuurlijk helemaal gelijk in. Juist in een periode van een forse crisis en een heroriëntatie in de ruimtelijke ontwikkeling en bouw bestaat sterk behoefte aan inspiratie en perspectief. Maar of dat voldoende is? In het recente verleden hebben ook allerlei vergelijkbare initiatieven, zoals de prijsvraag van de Bronzen Bever en de Voorbeeldplannen, beide indertijd opgezet door de Rijksplanologische Dienst, helaas niet tot het gewenste ambitieniveau geleid.

Geen utopie

Niettemin is duurzaamheid in de stedenbouw geen utopie meer. Het Nationaal Pakket Duurzame Stedebouw uit 1999 – van het toenmalige Ministerie van VROM – gaf een aanzet die indirect leidde tot concepten als duurzaam bouwen, cradle to cradle, CO2-neutraal of klimaatbestendig.

Dergelijke concepten zijn inmiddels redelijk ingeburgerd in de dagelijkse praktijk, maar echt spectaculaire resultaten en innovaties zijn op dat front toch nog wat gering. Zo wordt nog steeds het Morrapark in Drachten, een woonwijk uit de negentiger jaren, als lichtend voorbeeld genoemd. Dat is misschien wel veelzeggend voor de tanende voortgang.

Breed draagvlak

Toch is het draagvlak voor alles wat te maken heeft met duurzaamheid de laatste jaren steeds breder geworden. Thema’s als gezondheid, biobased economy, biodiversiteit en schone energie staan in de belangstelling. “Het rijk stelt ambitieuze klimaatdoelen, lokale overheden werken aan duurzame woonwijken en belangenorganisaties strijden voor een betere luchtkwaliteit.

Het belang van sociale vitaliteit van de stad staat met ”krachtenwijkenbeleid” weer op de kaart en een robuuster Nederland krijgt vorm met een plan voor de Randstad in 2040 en een “tweede Deltaplan” voor een toekomstig waterbeheer”. Het doel is langzamerhand aan het verschuiven van een meer ideologische naar een meer effectieve uitrol en realisatie.

“Duurzame stedenbouw wordt steeds meer gezien als kans en toegevoegde waarde, een extra laag in ruimtelijke ontwikkeling. Die positieve houding zorgt voor commitment. Men wil duurzame ontwikkelingen laten slagen. Niet omdat het moet, maar omdat het kan, economisch verantwoord is en we het echt willen”.

Nauwelijks burgerparticipatie

Gelukkig zijn er genoeg voorbeelden van geslaagde duurzaamheidsprojecten, zoals het Oosterdokseiland in Amsterdam en Schalkwijk in Haarlem, te vinden. Maar opvallend en teleurstellend is dat burgerparticipatie of particulier opdrachtgeverschap daarin nauwelijks een bepalende rol spelen.

Het werk wordt gedaan door professionals, ontwerpers en opdrachtgevers, terwijl bewoners of andere participanten in het ontwikkelproces juist een beslissende inbreng zouden moeten hebben, zoals bijvoorbeeld wordt bewezen door Marleen Kaptein die in Culemborg “haar” ecologische wijk Lanxmeer wist te realiseren. Met vallen en opstaan, maar altijd met maatschappelijk draagvlak als drukmiddel op de achterhand. Wat uit de voorbeelden en gehanteerde principes overduidelijk blijkt is overigens dat maatwerk geboden is.

Er bestaat geen concreet eindpunt en er zijn geen standaardoplossingen. Elke locatie heeft haar eigen ruimtelijke systemen en specifieke problemen en kansen, elke ingreep heeft een unieke maat en schaal.

Robbert Coops

Robbert Coops

international website