Recente columns |
Vechten tegen/voor windenergieRobbert Coops, strategisch adviseur Schuttelaar & PartnersOp papier voert Nederland een actief klimaatbeleid dat erop gericht is uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen te verminderen. Maar de bittere noodzaak van een actief uitvoeringsbeleid op dat terrein lijkt wat verflauwd. Daardoor zal niet aan internationale energiebesparingdoelstellingen kunnen worden voldaan. Ook de doelstelling om in 2020 14% duurzame energie te halen wordt daardoor dubieus. Zeker wanneer het grootschalig opwekken en inzetten van windenergie in ons land in een kansloze situatie worden gemanoeuvreerd . Een van de meest duurzame en effectieve opties zou toch een serieuze kans moeten krijgen. Windenergie op land is immers de goedkoopste vorm van duurzame energie. Ons land staat voor fundamentele keuzes om een duurzame samenleving gestalte te geven. Dat kunnen noch private noch publieke organisaties alleen. Er is samenwerking en afstemming nodig, zeker ook in internationaal verband, om tot weloverwogen, effectieve, veilige en vooral goed geïntegreerde en georganiseerde oplossingen te komen. Techniek gaat daarbij hand in hand met openbaar bestuur, wetenschappelijk onderzoek en samenleving. Daar bestaat in generieke zin redelijke consensus over. In ieder geval in theorie en op papier. Beeldvorming over de effecten van de opwekking van energie is nog vaak bepalend voor investerings- en beleidskeuzes. Praktische feiten en ervaringen zijn dat helaas niet. Dat geldt niet alleen voor kernenergie, maar bijvoorbeeld ook voor zonne- en windenergie. Zo haalde prof. L.J. Giling in NRC/Handelsblad van 13 september 2010 venijnig uit naar meer duurzame vormen van energieopwekking, omdat er volgens hem een te groot ruimtebeslag – het gehele land zou bedekt zijn met windmolens – mee gemoeid is en vanwege de leveringsonzekerheid. Daarmee ging hij wel erg makkelijk voorbij aan de feiten, de beleidskaders, zoals het Nationaal plan van aanpak Windenergie, en de internationale afspraken (Kopenhagen, Mexico). Maar dat niet alleen. Opnieuw schetste hij een karikatuur van de inzet en het belang van wind- en zonnestroom als, deels aanvullende, vormen van energievoorziening, voor nu en voor onze toekomst. En die toekomst mag en kan niet alleen gebaseerd zijn op het opwekken van energie uit eindige voorraden aan fossiele brandstoffen. Duurzame energieopwekking is geboden. Alleen al de verschrikkelijke olieramp in de Golf van Mexico toonde aan welke hoge maatschappelijke kosten een dergelijk milieuramp met zich mee kan brengen. Dergelijke kosten staan in ieder geval in schril contrast met de investeringen in duurzame vormen van energieopwekking. Terugredenerend heeft een kritische benadering van de toegevoegde waarde van bijvoorbeeld windenergie in ons land misschien wel te maken met de te hoog gespannen verwachtingen bij de oorspronkelijke introductie ervan. Die verwachtingen zijn de afgelopen jaren dankbaar ondersteund door overheid en milieubeweging. Er zijn ambitieuze beleidsdoelstellingen op gebaseerd, die – het moet gezegd worden – zeker niet alle zijn gehaald. Nu levert windenergie nog maar 2200 megawatt; dat is 4,4% van het totale energieaanbod. Zonne- en windenergie hebben het imago van een idealistische, niet-rendabele en niet-werkende vorm van energieopwekking. Dat is zeer ten onrechte, maar de sector heeft wel met die beeldvorming te maken. De investerings- en subsidiebereidheid zijn nu zelfs op een historisch dieptepunt beland, hetgeen haaks staat op alle (internationale) doelstellingen en afspraken op het gebied van meer duurzame vormen van energieopwekking en beperking van van de inzet van fossiele energiebronnen. Daarbij zijn bedrijfseconomische en strategische belangen van de Nederlandse industrie onvoldoende geborgd. Water- en windenergie zouden toch speerpunten moeten zijn, niet alleen in het beleid van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, maar ook dat van VNO NCW en andere brancheorganisaties. De service industrie op deze terreinen kan immers een substantiële bijdrage leveren aan de werkgelegenheid en de economische groei. Nu heeft het Duitse bedrijf Bard Engineering (met Russische aandeelhouders) een opdracht van viereneenhalf miljard euro gekregen voor de aanleg van twee windparken boven Schiermonnikoog. Er is uiteraard niets tegen buitenlandse concurrentie – dat zou ook niet passen in het Europese beleid – maar is hier voldoende balans in de gemaakte afwegingen? Of “bewijst” deze opdracht dat ons land een adequaat en consistent industriebeleid ontbeert. Dat is niet alleen het gevolg van het ontbreken van politieke visie. Ook de particuliere sector zou zich meer moeten willen inspannen. Zolang dat niet gebeurt, dreigen sectoren als die van duurzame energie te moeten blijven opboksen tegen verkeerde beeldvorming, feitelijk onjuiste (politieke) afwegingen en sterke, internationale concurrentie. Dat is bijna letterlijk vechten tegen windmolens. Windenergie is een commerciële, goed lopende bedrijfstak, die past bij het huidige tijdsbeeld en ondernemersklimaat. De investeringen in windmolens betalen zichzelf terug, al is dat niet meteen de volgende dag. Dat alleen al zou reden moeten zijn om sterk in te zetten op een industriebeleid dat duurzaam en innovatief is, en waarbij voor sectoren als die van windenergie aantrekkelijke en bereikbare subsidie- en samenwerkingsmogelijkheden worden geïntroduceerd en gestimuleerd. |
Robbert Coops |
