Vrijstaat Amsterdam: sterke verhalen?

Sinds vijf jaar wordt storytelling als een professionele manier van communiceren in de Amsterdamse ruimtelijke ontwikkeling toegepast. Het zou in de mix van instrumenten een waardevolle aanvulling kunnen vormen. Planning bestaat immers bij de gratie van gedeelde inzichten; goede verhalen vormen daardoor de basis voor een rechtvaardige ruimtelijke planning. Maar dat daarmee onherroepelijk ook de legitimiteit van de (Amsterdamse) gemeenteraad en van de democratische procesgang in het ruimtelijk beleid wordt aangetast is nog een onopgelost probleem.

De Dienst Ruimtelijke Ordening (DRO) van Amsterdam heeft inwoners en bezoekers van de stad uitgedaagd om hen op “onorthodoxe manier te verleiden om mee te praten en mee te denken over de toekomst”. “Het democratische tekort van de laatste decennia, gevolg van een politieke behoefte om steeds meer aan de markt over te laten en onder andere tot uitdrukking komend in een krachtige juridisering, smeekt welhaast om nieuwe vormen van maatschappelijk delibereren.

(…) Inspraak en participatie zijn praktijken die al weer veertig jaar geleden werden ontwikkeld en die zich aan het einde van onze processen bevinden”. Dat gebeurde in het kader van de Vrijstaat Amsterdam. Dit experiment zou passen “in de zoektocht naar nieuwe stadsvormen van stadsontwikkeling waarin menselijke behoeften weer centraal staan”, aldus de zelfbenoemde vrijstraat curator Zef Hemel, die adjunct directeur bij de DRO is.

Negen stedenbouwkundige bureaus toonden gedurende enkele weken hun ideeën en mogelijkheden voor metropolitane plekken; achtduizend bezoekers vonden hun weg en experimenteerden met maquettes. Die belangstelling is bemoedigend omdat Amsterdam een forse transitie zal ondergaan. Begrip en draagvlak zijn geboden. De vergroting van het stadscentrum, dynamiek langs het water aan de noordkant ontwikkelingen langs de zuidkant en een intensiever gebruik van het metropolitane cultuurlandschap vormen belangrijke elementen.

Die bewegingen vormen de basis voor andere ontwikkelingen en initiatieven, die weer leiden tot negen bijzondere gebieden. Ze vormen de breuklijn tussen oud en nieuw. Ze liggen allemaal dichtbij de ring A10 en bijna allemaal op de grens met het landschap. Om die ontwikkelingen te koppelen en te toetsen aan de opvattingen en wensen van burgers vonden in het kader van de Vrijstaat Amsterdam manifestaties, workshops, discussies en exhibities plaats.

Maar met mooie praatjes (en plaatjes) alleen schiet het natuurlijk niet op. De te vroeg overleden Amsterdamse wethouder en staatssecretaris stadsvernieuwing Jan Schaefer zei immers al dat je in nota’s niet kunt wonen. En cabarettier Wim Kan typeerde de status van vele plannen als maquettes die op omvallen staan. Kortom, Amsterdam zal nu moeten bewijzen dat er op een consistente wijze uitvoering zal worden gegeven aan de realisatie van de plannen en eerste ideeën. Er zal maatschappelijke terugkoppeling en politiek-bestuurlijke verantwoording moeten worden gepleegd en de vervolgstappen zullen logisch, onderbouwd en dynamisch moeten.

Gebeurt dat niet of onduidelijk dan zal onherroepelijk een terugslag volgen op het nu ontstane enthousiasme voor deze aanpak en voor de inhoud en richting van de globale plannen. Dat wordt dan meteen een mooie opgave voor de gemeenteraad en het college van Amsterdam, die hun eigen rollen (en standpunten) met enige distantie zullen moeten willen inpassen. Gebeurt dat niet dan is het lokale burgerschap in de ruimtelijke planning mislukt. Althans in Amsterdam.

Robbert Coops

Robbert Coops

international website