Recente columns |
Werk aan de duurzaamheidswinkelRobbert Coops, Strategisch Adviseur CSR bij Schuttelaar & Partners Bedrijven moeten duurzame en gezonde keuzes voor consumenten makkelijker maken. De overheid, maar ook elke branche heeft daarin trouwens ook een eigen rol en verantwoordelijkheid. Of zouden dat moeten hebben. Dat zal duurzaamheid min of meer afdwingen. Een regulerende en toetsende rol van de overheid is minder belangrijk. De opvattingen en het gedrag van consumenten zijn dat wel. Zelfregulering luidt dan ook het parool. De helft van de Nederlanders meent dat broeikasgasemissies de oorzaak zijn van de mondiale klimaatverandering. Die uitstoot moet verminderd worden, maar of dat lukt is onduidelijk. Wel duidelijk is – volgens de resultaten van het Duurzaamheidskompas – dat vooral bedrijven aan zet zijn. Althans, naar de opvatting van consumenten. Bedrijven zijn immers aan zet. Samen met de overheid moet het bedrijfsleven dan ook concrete en controleerbare stappen zetten om de CO2-footprint te reduceren. Daarover zal dan wel met de consument beter gecommuniceerd moeten worden dan nu het geval is. Informatie op producten is daarvoor een geëigend middel. Voorlichting over wat CO2-uitstoot nu precies inhoudt is wenselijk en noodzakelijk om collectieve en individuele duurzaamheiddoelstellingen te realiseren. De helft van de consumenten vindt het belangrijk dat organisaties hen op een begrijpelijke en praktische manier informeert over de CO2 footprint van producten. Bijna iedereen die geïnformeerd wil worden verwacht bij voorkeur de benodigde informatie op de verpakkingen van producten aan te treffen. Ook keurmerken op producten en voorlichting over duurzamer consumeren helpt. Het Carbon Trust footprint logo, een belangrijk vertrekpunt voor de discussie over de internationale standaard, biedt in dat verband wellicht perspectief. Het logo is bij de meeste consumenten trouwens (nog) niet bekend. Het wordt wel direct geassocieerd met (reductie) van de CO2-footprint. De precieze betekenis is bij hen overigens onduidelijk. Een wens is dan ook dat het logo ook informatie verstrekt over de referentie met andere producten of de mate van CO2-reductie. Het terugdringen van CO2 wordt opvallend genoeg nog maar in beperkte mate spontaan geassocieerd met klimaatverandering of opwarming van de aarde. Respondenten denken eerder aan sectoren die er juist veel aan doen om emissies terug te dringen, zoals de auto-industrie. Daartegenover bestaat veel scepsis over de effectiviteit van het daarop gerichte beleid. Sommige meer kritische en beter geïnformeerde respondenten, die zich nadrukkelijk hard maken voor verduurzaming, verlangen dan ook maatregelen en acties – zeker van de overheid – om emissies te reduceren. Iedereen die meent dat CO2- uitstoot bijdraagt aan de opwarming van de aarde vindt trouwens dat ferme stappen ondernomen moeten worden om de footprint structureel te kunnen verlagen. Bijna iedereen wil dat bedrijven daar actief mee aan de slag gaan. Maar ook van de overheid en consumenten verlangen zij actie. Consumenten verwachten verder van voedingproducenten dat zij de hoeveelheid verpakkingen en afval verminderen en initiatieven nemen om het transport van hun producten zo efficiënt mogelijk te maken. Banken moeten iets teruggeven aan de samenleving door op diverse fronten inhoud te geven aan hun maatschappelijke betrokkenheid en daarover transparant te rapporteren. Vooral het doneren van middelen aan maatschappelijke organisaties vindt men belangrijk. De toeristische sector moet bijvoorbeeld geen reizen meer organiseren naar landen waar mensenrechten worden geschonden. En energieleveranciers moeten in hun eigen bedrijfsvoering voorop lopen in duurzame energievoorziening, door hun gebouwen uit te rusten met zonnecellen of windmolens en stappen te ondernemen om de CO2-uitstoot te verminderen. Een derde van de ondervraagden zegt zelf (heel) bewust bezig te zijn met zijn of haar consumptiegedrag als het om duurzaamheid gaat. Zij doen dit vooral door goed na te denken en te vergelijken op het moment van aankoop. Dat is nogal een comfortabele positie, temeer daar wordt aangegeven dat zij slechts in beperkte mate hun consumptieniveau naar beneden bijstellen of hun gedrag veranderen door de auto te laten staan, minder vlees of tweedehands artikelen te kopen. Bijna iedereen vindt het belangrijk dat bedrijven zich bezig houden met duurzaamheid. Het reduceren van de hoeveelheid verpakkingen en afval, geen zaken doen met landen waar mensenrechten worden geschonden en eisen stellen aan leveranciers over duurzaamheid hebben de hoogste prioriteit. Consumenten vinden dit belangrijk maar hebben gelijktijdig het gevoel dat de situatie op al deze fronten verslechterd is. Er is – ook in dat opzicht – werk aan de winkel. |
Robbert Coops |
