Recente columns |
Zoeken naar eeuwigheidswaarde op het internet“In de toekomst zal iedereen vijftien minuten wereldberoemd zijn” , is een gevleugelde uitspraak die de Amerikaanse kunstenaar Andy Warhol veertig jaar geleden deed. Zijn uitspraak is werkelijkheid geworden, dankzij het internet. Iedereen kan zichzelf wereldwijd onder de aandacht brengen via een eigen website, via FaceBook (200 miljoen actieve gebruikers), Twitter (20 miljoen), LinkedIn (40 miljoen) of YouTube. Mensen hopen niet alleen op eeuwige roem, maar ook op het eeuwige leven. In de tijd van Warhol had de dokter nog strikte controle over alle medische informatie. Nu kan iedereen wat speeksel opsturen naar bijvoorbeeld 23andMe, een Californisch bedrijfje dat op basis van de genetische informatie advies geeft over gezondheid en de kans op bepaalde ziekten. Consumenten denken de baas over eigen lijf te worden dankzij de beschikbaarheid van persoonlijke genetische informatie. Ze hebben overigens nog niets aan deze informatie, integendeel, de adviezen zijn zeer onbetrouwbaar en vaak tegenstrijdig. Toch is de trend gezet: er is een groeiende vraag naar individueel gezondheidsadvies, buiten de gevestigde kanalen om. De farmaceutische industrie en de voedingsvoorlichting lopen hierin gelijk op. In plaats van één medicijn tegen één ziekte of één voorlichtingsboodschap voor iedereen (‘one size fits all’) gaan we toe naar medicijnen en adviezen die afgestemd zullen zijn op persoonlijke genetische patronen en de individuele manier van leven. De uitdaging van het genetisch onderzoek is om uit alle beschikbare informatie die gegevens te halen die zinvol zijn voor het individu. Met andere woorden, om de ‘sens’ van de nonsens te scheiden. Dit vraagt om advies en voorlichting die stoelt op een wetenschappelijke basis. De grote vraag is: wie bewaakt de relevantie en de kwaliteit van deze adviezen? De dokter, de voedingskundige, de internet-dokter, de internet-diëtist,of …? Trouw Groen, 31 juli 2009 |
