|
Maatschappelijk Debat: Vis, als duurzaam kapitaalDebat over zee, regels en de markt. Over vis als duurzaam kapitaal!“Het verduurzamen van de visserijsector vereist een cultuuromslag van aanbodgericht ondernemen naar vraaggericht ondernemen, met een sterkere samenwerking binnen de keten.” Dit benadrukte minister Gerda Verburg (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) tijdens het Maatschappelijk Debat op dinsdag 26 januari in Perscentrum Nieuwspoort in Den Haag. De aanleiding van het debat was de door Verburg geschreven visie op de hervorming van het Europese visserijbeleid. Haar visie ‘Vis, als duurzaam kapitaal’ kent drie speerpunten: duurzaam gebruik van het ecologisch kapitaal, betere besluitvorming en uitvoering en een grotere rol voor de markt. Dit laatste speerpunt was het centrale thema van het debat. 150 deelnemers vanuit het bedrijfsleven, de wetenschap, overheid en NGO’s debatteerden over de rol van de markt. Wat is de rol van de markt in de visserij? Wat kan de visser doen en wat is de rol van de consument? Wil de minister niet teveel aan de markt overlaten? Diverse experts kwamen tot de conclusie dat een duurzamere en gezondere visserijsector vraagt om ondernemerschap gericht op de vraag van de consument, verantwoorde en kwalitatief goede vis met een aansprekend verhaal en ketensamenwerking.” Het debat werd georganiseerd door Schuttelaar & Partners, in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De jury wees Cees Sinke, voorzitter visserijvereniging Zuid-West Nederland, aan als winnaar van het debat, wegens zijn statement: “De markt is niet abstract, de markt is de consument, luister naar de consument”. SprekersGerda Verburgminister van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitAlex Ouwehanddirecteur Stichting De NoordzeeBart van Olphendirecteur Fishes, viswinkelketen en A-merk in supermarktenMartin Scholtendirecteur Wageningen IMARESHoe meer marktwerking, hoe beter het is voor de visserijsector.
‘De markt liegt niet; de consument bepaalt. We moeten de consument aan ons binden door kwalitatief goede producten aan
te bieden.’
‘De overheid moet het niet aan de markt overlaten, maar moet duidelijk beleid opstellen en
goede controles uitvoeren op de kwaliteit van de vis.’
Hoe meer marktwerking, hoe beter het is voor de vis(stand).
‘Als we de consument een hoogwaardig product bieden met een verhaal, een beleving, zal de
vraag toenemen, de prijs stijgen en de visstand verbeteren.’
‘De consument koopt vis nu nog vaak op basis van prijs en kiest daardoor snel voor de buitenlandse
verpakte vis. De overheid is verantwoordelijk voor de visstand.’
De Nederlandse vloot moet gaan bestaan uit kleinere schepen.
‘Kleinere schepen brengen lagere kosten met zich mee en maken de visserij flexibeler om te reageren op
veranderen in de zee. Wel moet er een juiste balans zijn tussen grote en kleine schepen binnen de vloot.’
‘Grote schepen vissen beter en verantwoorder en hebben een hogere capaciteit. Zij komen
daardoor sneller in aanmerking voor MSC-certificering en subsidies.’
Binnen tien jaar wordt er uitsluitend in opdracht gevist.
‘Er wordt al op bestelling gevist voor bijvoorbeeld Albert Heijn. Deze trend moet worden
doorgezet, zodat vissers steeds gerichter en op aanvraag gaan vissen.’
‘De huidige trend van vissen op bestelling is gebaseerd op marges. Er wordt gevist op een goed
product. Dat is namelijk wat de consument wil.’
De visserij is meer gebaat bij diversificering dan coöperatie.
‘Je moet je als visser specialiseren op bepaalde productgroepen en daarbinnen verschillende producten
aanbieden. Door een betere kwaliteit te leveren, verkopen we meer.’
‘Gericht vissen op bepaalde groepen brengt altijd een hoeveelheid discards met zich mee.
Onderlinge samenwerking levert echter wel de gerichte afzet op en minder discards.’
Visserijdagen moeten ook in het oosten van ons land georganiseerd worden.
‘Juist in plaatsen als Enschede en Arnhem zal het verhaal achter de vis de consument eerder aansporen
om de vis te kopen, zelfs voor een wat hogere prijs dan de buitenlandse verpakte vis in de supermarkt.’
‘Juist op vissersdorpen als Urk spreken de rol van de visserij, de sterke religie en de
zeelucht direct tot de verbeelding. Deze elementen maken het verhaal achter de vis tot een beleving voor de
consument.’
Iedere visser moet minstens eenmaal per maand bij het schap in de supermarkt staan.
‘Wie kan de consument meer vertellen over de vis dan de visser zelf? De visser leert hierdoor de wensen
van de consument beter kennen en kan zijn product daarop afstemmen.’
‘Dit is financieel niet haalbaar voor een visser. Hij zou het verhaal achter de vis op een
andere manier bij de consument moeten krijgen, bijvoorbeeld via de verpakking.’
|
