Laatste nieuws
|
Het succes van Schoolfeeding in AfrikaOp dinsdag 29 juni organiseerde de Studievereniging Voeding en Voedsel in Ontwikkelingslanden (SVVO) een bijeenkomst over het Schoolfeeding Initiative Ghana Netherlands (SIGN), de Nederlandse inbreng in het Ghana School Feeding Programmme (GSFP). De bijeenkomst bestond uit drie korte inleidingen gevolgd door een discussie. Rutger Schilpzand, partner van Schuttelaar & Partners en één van de SIGN initiatiefnemers, gaf een uiteenzetting over de doelstellingen en organisatie van GSFP en SIGN. GSFP is een nationaal schoolvoedingsprogramma van de Ghanese overheid dat in 2005 is gestart als gevolg van de vorming van SIGN en de toezegging van medefinanciering door de Nederlandse overheid. Wat doet SIGN?Het programma verzorgt op de deelnemende scholen dagelijks een gratis lunch voor de leerlingen. Het doel van het programma is meervoudig: het bijdragen aan het verminderen van ondervoeding; het bevorderen van de schoolgang en het stimuleren van de lokale landbouw door tenminste 80% van het benodigde voedsel af te nemen van lokale producenten. Samenwerking vindt plaats met vele nationale en internationale partners, waaronder het World Food Programme, de Wereldbank, de Bill en Melinda Gates Foundation en een platform van lokale civil society organisaties. SIGN is een Nederlandse stichting, opgericht om het GSFP te ondersteunen. SIGN is een multi-stakeholder platform bestaande uit Nederlandse bedrijven, overheid, wetenschappelijke instellingen en maatschappelijke organisaties. De doelstelling van SIGN is expertise en fondsen te leveren en het Nederlandse publiek te betrekken bij het programma. T.a.v. de uitvoering van het programma hecht SIGN veel belang aan een goede samenwerking tussen de Ghanese overheid en maatschappelijke organisaties. Transparantie, verantwoording en lokale betrokkenheid zijn hierbij kernwaarden. Volgens SIGN is het multi-stakeholdermodel met regionale, nationale en internationale deelnemers tot nu toe veelbelovend. Wel blijft de samenwerking en afstemming tussen de vele partners een continue uitdaging. Meer kinderen naar schoolDaniel Mumuni, SIGN deputy coördinator, gaf meer gedetailleerde informatie over het GSFP. Eind 2009 deden er landelijk bijna 1700 openbare scholen aan het programma mee, met in totaal ruim 650.000 leerlingen. Het GSFP is hiermee het grootste homegrown schoolvoedingsprogramma in Afrika. Het streven is dat het merendeel van het voedsel voor de 650.000 leerlingen lokaal wordt aangekocht door lokaal benoemde cateraars, vaak vrouwen. Het programma heeft er inmiddels toe geleid dat meer kinderen naar school gaan en dat de voedingstoestand van de kinderen volgens de gemeenschap verbeterd is. Organisatorisch is er ook een slag gemaakt: de lokale autoriteiten zijn sinds 2005 steeds beter van het programma op de hoogte en bereid mee te werken. Naast geboekte resultaten kent het programma ook een aantal uitdagingen. Eén van deze uitdagingen is het vergroten van de betrokkenheid binnen een gemeenschap. Veel boeren zijn nog onvoldoende bij het programma betrokken en de cateraars kopen lang niet altijd lokaal geproduceerd voedsel. Andere aandachtspunten zijn het waarborgen van de institutionele en financiële duurzaamheid van het programma en een goede de monitoring & evaluatie. Als derde spreekster presenteerde Tineke Martens, beleidsmedewerker bij het ministerie van LNV, de resultaten van een onderzoek dat zij in 2007 als student Voeding en Gezondheid aan Wageningen Universiteit deed. Ze onderzocht het effect van het GSFP op de nutriënteninname van de deelnemende kinderen en de vraag naar lokaal geproduceerd voedsel. Gevarieerder voedingMartens concludeerde dat de verscheidenheid aan gegeten voedingsmiddelen binnen de GSFP-scholen hoger was dan binnen de controlescholen. Ook leverden de schoolmaaltijden de hoeveelheid energie en eiwit die van tevoren binnen het programma waren vastgesteld. De ijzerinname bleef weliswaar laag en Martens beval aan meer vlees in het menu op te nemen. Naast deze nutritionele data bestudeerde Martens ook de toename van de vraag naar lokaal geproduceerd voedsel. Hiervoor zette ze de extra vraag van voedingsmiddelen door het GSFP af tegen de totale lokale productie. Deze extra vraag was 4-6% voor rijst en yam en minder dan 1% voor cassave, mais en plantain. Uitdagingen en debatTijdens de discussie stond het vergroten van de lokale betrokkenheid centraal. Ook de grote rol van de vrouw werd erkend: als boerin, als marktkoopvrouw, als moeder, als kok en ook als cateraar. Vrouwen dienen goed op de hoogte te zijn van het programma en met name de cateraars moeten aangespoord worden om voedsel lokaal aan te kopen. Volgens de inleiders wordt tot nu toe veel geïmporteerde rijst gekocht omdat die goedkoper is dan de lokale rijst. In de discussie werd ingegaan op de vraag of het aankopen van lokaal geproduceerde rijst dan wel een realistisch en duurzaam uitgangspunt van het programma is. Tenslotte werd voor het welslagen van het programma ook de rol van de Ghanese overheid onderstreept. Verantwoordelijkheid en transparante processen zijn hierbij essentieel. De Ghanese overheid heeft de laatste jaren laten zien hier aan te werken en SIGN vertrouwd erop dat deze trend in de toekomst door zal zetten. Namens SIGN bedanken Rutger Schilpzand en Daniel Mumumi de deelnemers voor hun inbreng. Ze zullen zich ook de komende tijd volop inzetten voor GSFP en SIGN om zo verder te bouwen aan een goede toekomst voor kind en boer! Meer informatie over SIGN is beschikbaar op de website. |
