Contact

Zeestraat 84
2518 AD Den Haag

Andere vestigingen ›

Marcel Schuttelaar

Happiness als key performance indicator?

Ik ben niet zo verslingerd aan columnisten. Schrijven is leuker. Maar er is één uitzondering. De economiecolumn van Frank Kalshoven in de Volkskrant. Elke zaterdag belicht hij op originele wijze kernthema’s uit onze samenleving. Ditmaal over het belang van geluk, naar aanleiding van het verschijnen van het boek van Richard Layard: ‘happiness; lessons from a new science’.

Economische groei wordt meestal gehanteerd om te beoordelen hoe goed het gaat met een samenleving. Wat gebeurt er als we het beleid gaan richten op het bereiken van het grootste geluk voor het grootste aantal inwoners? Kort samengevat betekent dat dat tal van huidige economische inzichten op hun kop gaan, alsdus Kalshoven (www.frankkalshoven.nl). Wat mij vooral intrigeert is dat geluk kennelijk wetenschappelijk te meten is. En dat de belangrijkste factoren die bijdragen aan geluk vastgesteld zijn door Layard aan de hand van data uit 46 landen. “Tachtig procent van de verschillen in geluk tussen landen kan worden verklaard door het scheidingpercentage, het werkeloosheidspercentage, het niveau van vertrouwen tussen burgers, het lidmaatschap van niet-religieuze organisaties, de kwaliteit van de overheid en het deel van de bevolking dat in God gelooft.” Fascinerend.

Dit onderwerp kan zich in potentie tot een groot issue ontwikkelen. De protestgeneratie van de 60’er en 70’er jaren omarmde elementen van dit geluksdenken. Langzamerhand is dit weggevaagd door het Angelsaksisch entrepreneurschap waarbij alles moet wijken voor de aandeelhouderswaarde. De beurskoers als ultieme thermometer voor maatschappelijk geluk. Het afgelopen decennium zijn we enerzijds verder in deze richting opgeschoven, anderzijds hebben veel bedrijven MVO doelstellingen opgenomen in hun businessplan. Het gaat dan om waarden als duurzaamheid, gezondheid, integer zakendoen en andere sociale aspecten. Een spagaat die overigens soms fors knelt.

Ons bedrijf kiest ervoor werk te maken van duurzaamheid en gezondheid. En daar moet veel – privétijd – voor wijken. We houden er een aardig Angelsaksisch arbeidsethos op na, noodzakelijk om voldoende service te bieden aan klanten. De vraag is natuurlijk of het ook – iets – anders kan. Zou je als bedrijf gezond kunnen draaien door menselijk geluk centraler in de doelstellingen te zetten? Zou je dan minder privétijd hoeven in te leveren? Kan een nationale economie draaien op dit soort ondernemersschap? Moet maximaal geluk plaats krijgen in het overheidsbeleid, de verkiezingsprogramma’s, de herschreven Europese grondwet? Krijgen we naast de AEX-koers ook een nationale geluksbarometer? En worden kabinetten afgerekend op hun bijdrage aan stijging of daling van deze koers?

Intrigerende vragen voor een piekerend ondernemer die vindt dat delen van onze samenleving wel erg slappe knieën hebben. Volgens Layard is dat dus goed te begrijpen omdat mensen nu eenmaal gelukkiger worden van meer vrije tijd dan van meer inkomen.

Marcel Schuttelaar