Contact

Zeestraat 84
2518 AD Den Haag

Andere vestigingen ›

Marcel Schuttelaar

Springtij-column 2012: Gunnen

Marcel Schuttelaar

Ik groeide op in een keurig katholiek middenstandsgezin. De kerk en de kruidenierswinkel, op nog geen 500 meter van elkaar, vormden de pijlers van mijn jeugd. Ruim 6 jaar heb ik elke ochtend de heer gediend door als misdienaar in een kapel te figureren. En nee, ik ben nooit misbruikt. Voor de kerkdienst werden vooral ex-missionarissen aangezocht. Als jochie luisterde ik gebiologeerd naar hun verhalen over samen, over helpen, over het wegcijferen van het eigen ego.

In die kruidenierszaak ging het niet veel anders. In een kleine stad was eenieder afhankelijk van elkaar. In de crisistijd bijvoorbeeld werd tien jaar achtereen verlies geleden. Dat lag niet aan de omzet. Boodschappen werden genoteerd. Einde jaar moest alles afgerekend zijn. Ging dat niet dan werd het restant weggestreept, want je hielp elkaar door de crisis.

Ergens in mijn studententijd is dat beeld veranderd. Als katholiek midden­stands­jochie werd je in de jaren zeventig bijna automatisch links, en vanaf dat moment bestond de wereld uit goede en vooral veel foute mensen. Zoals die minster van onderwijs die het collegegeld omhoog trok naar 1000 gulden. Als geëngageerd studentje had ik na een paar bezettingen al snel door hoe effectief actievoeren tegen verkeerde types kon zijn.

Bij Milieudefensie, Konsumenten Kontakt en de Consumentenbond kwam dat inzicht goed van pas. Maar na 40 succesvolle consumentencampagnes had ik het gevoel dat het steeds lastiger werd een nieuwe te bedenken. En fabrikanten begonnen in plaats van tegenstand te bieden steeds meer mee te bewegen. Ergens begon er iets te knagen in mijn wereldbeeld van goede en foute types.

Rond 1990 mocht ik helpen Max Havelaar op te richten. Een geweldig concept omdat we hiermee de kracht van iedereen die zich ook maar een beetje links of progressief voelde, konden bundelen door met onze portemonnee voor arme boeren te stemmen. Het marktaandeel van slechts 1,5% ondanks de marketing en bijna 100% penetratie was een behoorlijke deceptie.

Rond ‘95 ben ik mijn eigen bureau begonnen. Met de hulp van de eigenaar van een ouderwets ‘rechts’ marketingbureau. Het leek me slim me in de ‘tegenstander’ te verdiepen, zodat ik die cultuur goed zou begrijpen. Mijn communicatie­adviesbureau richt zich op het verduurzamen en gezonder maken van onze samenleving. Ik had geen businessplan maar wel een lijstje van mensen die me vast en zeker om advies zouden vragen. Twintig namen uit progressieve kring die me zouden helpen om een start te maken met mijn bedrijf.

Na een jaar of twee heb ik dat lijstje nog eens tegen het licht gehouden. Met uitzondering van een jurist van Unilever, had geen van die 20 me een klus gegund. De klanten van het eerste uur bleken vooral mensen uit het bedrijfsleven, allen intrinsiek gemotiveerd hun bedrijf of product te verduurzamen en dankbaar voor de geboden hulp. Van de businesspartners van het marketingbureau leerde ik dat dat iets met gunnen te maken had.

Na een jaar of vijf onstuimige groei werd mijn bureau er door een redacteur van een milieublad uitgelicht en mochten wij op de cover staan met een verhaal over list en bedrog. Ik had de aanval uit die hoek niet verwacht. Onlangs werd ik weer blij verrast met een mailtje dat via de infobox het bureau binnen gleed. Ik was genomineerd voor de Vervuilers Top 100. Op basis van datzelfde verhaal uit het jaar 2000 en een kennelijk verkeerde opinie. Een week later vernam ik dat ik de lijst niet gehaald had. “en dat ze graag eens met me wilden praten wat ik van de actie vond”. Kennelijk is samenwerken en gunnen niet vanzelfsprekend voor burgers en organisaties die zich inzetten voor een duurzame en gezonde wereld.

Nog een paar voorbeelden. Een vriendje van me is medeaandeelhouder in het Organic en Fair Trade kleding­concept Saint. Hij heeft daar een groot deel van zijn spaarcenten ingestopt. Via online verkoop wordt modieus en kwalitatief hoogwaardig ondergoed verkocht om zo de wereld letterlijk een stukje schoner te maken. We hebben hem geholpen zijn keten op orde te krijgen en wat met marketing en PR. Het gaat na 2 jaar niet snel genoeg met Saint. Zoals hij stelde: ‘Adverteer ik in een milieublad, dan krijg ik dertig reacties per mail dat ik goed bezig ben. Heb ik een verhaal in de Telegraaf, dan verkoop ik tenminste 30 sets’.

De Nederlandse jeugd gaat langzaamaan de Amerikaanse achterna, door steeds zwaarder te worden. Overgewicht is gerelateerd aan sociaaleconomische klasse. Het verschil tussen arm en rijk, tussen ongezond en gezond en tussen korter en langer leven neemt niet af maar toe. Staat je bed als kind in de verkeerde wijk dan kan je dat zo tien jaar levensverwachting schelen. Alleen al in de vier grote steden werken 26.000 professionals in meer dan 3000 projecten om risicojongeren te helpen. Daar wordt meer dan 2 miljard euro ingestopt. De resultaten vallen niet mee. Dat heeft niet met geld maar vooral met gebrek aan samenwerking te maken. Ik help JOGG en we proberen dit te kantelen. In samenwerking met bedrijven, overheden, scholen, sportverenigingen en natuurlijk burgers wordt er geknokt om een wijk op velerlei fronten gezonder te maken. Om zo de groeiende tweedeling een halt toe te roepen.

Kortom, er zijn nu duizenden initiatieven van burgers, bedrijfjes en organisaties om de samenleving schoner en duurzamer te maken. En hoe sympathiek het mij ook is, er mist iets. Het is te vaak ieder voor zich. Ik mis verbinding, schaalgrootte en gunnen. Transitiesnelheid. Het klinkt een beetje somber, maar zoals we nu bewegen gaan we veel te traag. De cijfers bevestigen onze haast.

Enkele jaren terug heb ik een lang gesprek gevoerd met Mark Rutte over de groene economie. We vonden het vreemd dat links verduurzaming claimde terwijl het in de eerste plaats een businessuitdaging voor het bedrijfsleven is. Nu Rutte en Samsom aan zet zijn om een regeerakkoord te schrijven en Nederland weer voor het midden gekozen heeft, is er een unieke kans voor overheid, bedrijfsleven en burgers om gezamenlijk de vergroening aan te pakken. Ik hoop dat deze moderne mid-40ers na ontvangst van de twitterberichten van het Springtij Festival snappen, dat samenwerken en gunnen de basis vormen voor elke transitie. Zoals wij dat op Springtij de afgelopen drie dagen gevoeld hebben. Verbonden aan elkaar, aan het prachtige Terschelling en verbonden aan de noodzaak haast te maken met positieve acties richting de Blue Economy; dat gun je nou iedereen.