Contact

Zeestraat 84
2518 AD Den Haag

Andere vestigingen ›

Marcel Schuttelaar

Zomer 'column' - Overgave en overgeven

Je hebt van die woorden die in zichzelf een wonderlijke contradictie vormen en daardoor iets spannends in zich meedragen. In dit geval het woord overgave. Dat geeft het zeezeil gevoel aardig weer.

Mijn vakantie werd ingevuld met het varen van de Scheveningen 500. Een zeilrace van minimaal 500 mijl naar St. Malo aan de Normandische kust. En terug in vakantie ritme met partner Mia. Twee jaar geleden wonnen we in deze race, na urenlang de meest heftige wind die ik ooit meegemaakt heb, getrotseerd te hebben. Een beetje kreupel kwamen we toen over de finish. 

Ditmaal zat die eerste plek er niet in. De concurrentie was met een aantal nieuwe boten veel heftiger. En de bemanning van de IJsvogel minder ervaren. Na twee avonden trainen was het me wel duidelijk. De Scheveningen 500 ging dit jaar om veilig en heelhuids uitvaren. Ik voorspelde maximaal een vijfde plek, wat nog aardig klopte. 

Lange afstand zeezeilen is een vreemde sport. Enerzijds ben je dagen lang bezig alles voor te bereiden. Elke schipbreuk begint immers met een klein probleem. Een bout die niet goed vastzit, een lijntje wat slipt. De veiligheidseisen worden ook steeds zwaarder. Qua voorbereiding en materiaal wil je dus 100% in control zijn. Anderzijds is zeezeilen juist een kwestie van overgave. Weer en wind, zee en golven, kortom de natuur is de baas. Wij zeilers bewegen mee en proberen zo snel mogelijk over de finish te komen. 

Dat overgeven begon overigens al bij de start. Onder een onweershemel met een windkracht 7, vlagen 8, mochten we uren lang tegen de zuidwesten wind inhakken. IJsvogel was een van de weinige boten met een dubbel rif in het grootzeil. Gezien de lange tocht leek het me slim de krachten van de bemanning te sparen. De eerste zeezieke meldde zich na een uur, en bij het vallen van de avond hadden de meeste nieuwelingen hun lunch overgegeven in het gangboord. Dat is geen issue, alles spoelt schoon op zee. Belangrijk is er op te letten dat zieke bemanningsleden zelf niet overboord spoelen. 

Om de tocht 5 dagen en nachten te kunnen volhouden draaien we in wachten van drie uur. Daarin kun je steeds ruim 2 uurtjes slaap pakken. Dat blijkt genoeg in de praktijk, op voorwaarde dat je ook overdag je slaap pakt. Geen happy hour op de IJsvogel maar koffie met amandelmelk. De fouragering was door de dames aan boord gebeurd. Waar we normaal letten op het gewicht, was er nu genoeg eten om ook de terugtocht mee door te komen. De hele koelkast zat vol wortelen, snacktomaten en rode paprika’s. 

Na harde wind komt vaak lichtere wind en daarna helemaal geen wind. Zo ook deze reis. Onder de Oost-Engelse kust moesten we een dag lang kruisen om voorbij Dover te komen, richting de Zuid-Engelse kust. Voorbij het eiland Wight was de wind op. Ankeren dus in 50 meter diep water, om te voorkomen dat we terug spoelden. Zo’n 200 meter lijn aan elkaar geknoopt. Een nacht aldaar doorgebracht in werkelijk potdichte mist. Ook een kwestie van overgeven. Met 5 mensen de lijn meter voor meter weer binnen gezeuld. En langzaam de IJsvogel weer op gang gebracht. 

Een van de bemanningsleden was serieus vogelkenner, dus werd op dit deel van het traject ons het verschil getoond tussen meeuwen, Jan van Genten, jagers en diverse Noordse stormvogels. Op maandag en dinsdag de Engelse Zuidkust afgezeild, soms tot diep in de baaien en nog steeds aardig in de kopgroep. Met Code Zero of de grote gennaker van 150 m2. 

Voor Plymouth ligt een vuurtoren Eddystone Rock, vanwege een verraderlijk partijtje rotsen. Vanaf dat punt moesten we 130 mijl Oostwaarts richting de stad St. Malo aan de Normanadische kust. Het laatste half uur voor de ronding werden we vergezeld door mee zwemmende dolfijnen. Ik stond te fluiten op de boeg van IJsvogel. Opmerkelijk dat die beesten zich omdraaien en je met een oog aankijken, met een soort aanstekelijk enthousiasme. Ik persoonlijk dacht ook even aan de vele verhalen over dolfijnen die schepen waarschuwen voor naderend onheil. 

Voorbij Eddystone Rock besloten wij een slimmere koers te varen dan de concurrentie. De paar uur die daarop volgden waren niet de leukste. Een van de mannen had een cursus meteorologie gevolgd en legde uit dat we van warme lucht naar de koude zone trokken. Met totaal andere windcondities. Dit bleek een slingerend front te zijn, met als gevolg dat de wind in een uur tijd vijf keer 360 graden rondtolde. 

Onderwijl werd het een gitzwarte nacht, zodanig dat zelfs mast en giek niet meer te zien waren. Het was onmogelijk de boot op koers te houden. Gedurende een uur of 3 zaten we vervolgens onder een stevig onweer. Overal boven en om ons heen werd de hemel fel verlicht. In de kuip van IJsvogel werd het doodstil. “Dit is niet leuk meer”, meldde het jongste bemanningslid. Er viel ook een doodse stilte toen ik vroeg afgewisseld te worden van het sturen. Zelfs het staan werd eng gevonden. 

Ik wist dat onweer zelden in schepen in slaat. Nog minder vaak worden mensen op schepen getroffen. Maar het gebeurt wel. Als schipper moest ik aan die afgelaste of uitgestelde voetbalwedstrijden denken, wat bij een beetje onweer al gebeurt. Maar onze mast meet 20 meter en er valt weinig af te lasten midden op zee. Overgeven dus...

Het grootste gevaar zat voor mij in stormwinden en rolwolken die vaak met onweer gepaard gaan. Dus de bemanning gewekt, reddingvesten aan. De co-schipper riep een visser op per marifoon met het verzoek het onweer op zijn radar te bekijken. Het bleek niet naderbij te komen. In het gitzwart van de nacht werden langzaam sterren zichtbaar.  De wind nam toe tot een dikke zes en er kon weer tempo gemaakt worden. Maar gedurende de nacht werd er, geschrokken door de ervaringen, terughoudender gevaren. We verloren daar kostbare mijlen op de kopgroep. 

Woensdag, met prachtig helder weer, de hele dag hard gevaren om de achterstand goed te maken. Je kon merken dat alle nieuwelingen goed hadden leren sturen. Met een knoop of 8-9 stoven we onder Code Zero op de finish af. Het is bekend in dit soort wedstrijden dat het venijn in de staart schuilt. Twee mijl voor de finish, met nog een kwartiertje te varen, draaide iemand de windknop uit. We hadden net bedacht dat we de avond gezellig in de haven door zouden brengen en het ontvangstcomité stond al op de sluis. Maar met een snelheid van 1 knoop kost 2 mijl varen, 2 uur. 

Iemand vroeg nog serieus of we de motor niet mochten starten... De laatste mijl werd zeer geconcentreerd gestuurd, zodat IJsvogel in beweging bleef, maar naar het verkeerde punt. Niet naar de vuurtoren maar naar de boei, want die lag gunstiger. Maar de stroom spoelde ons er net 20 meter naast. De wind bleek totaal op. Opnieuw geankerd dus. 

Net als een andere deelnemer die op dat moment eerste overall lag. Gehaald op tien meter na. Na 5 dagen en nachten en bijna 700 mijl varen. Daar waren de gemoederen ‘wat’ verhit. Aldaar 20 meter naast de lijn ons finishbiertje gedronken. En ankerwacht ingesteld. Volgens de modellen zou er om 01:00 uur even enkele knoopjes wind staan en geen stroom. Voldoende om het anker te hijsen en net over die lijn te kruipen. Terwijl de buurboot nog in slaap was, de finish gepasseerd. Vastgemaakt aan twee moorings en met enkele deelnemende boten tot de vroege uren aan boord gefeest.

Zo’n 400 mijl terug gecruised met mijn partner via kanaaleiland Jersey en havenplaatsen als Cherbourgh, Le Havre, Dieppe, Boulogne-sur-Mer, Oostende naar Scheveningen. De navigatie deels weer vorige eeuws gedaan wegens uitvallen van het grootste deel van de apparatuur. En door een stommiteit gedurende dit relaxte cruisen toch nog bijna de overgave getekend. Voor Boulonge sur Mer stond een uiterst onrustige zee. De golven kwamen van alle kanten. Er zat een borgingslijn klem en die probeerde ik uit de giek los te maken. Ik had gecontroleerd of de giek goed vast stond, maar niet goed genoeg. 

Toen ik er met mijn gewicht tegen ging hangen vierde de schoot ineens op tot voor de wind. Ik viel half over de zeerailing en bleef daar hangen met de gedachte dat het een slordige manier zou zijn op 65 jarige leeftijd voor de Franse kust te water te belanden. Een golf de goede kant op gaf me precies de mogelijkheid terug te kruipen. Uit de ISAF veiligheidstraining heb ik onthouden “naast de boot is dood”. Maar zeezeilen doe je vol overgave. En zonder geluk vaart niemand wel.
 


Bedankt voor je inschrijving!
Er is een ongeldig emailadres ingevuld. Terug