Contact

Zeestraat 84
2518 AD Den Haag

Andere vestigingen ›

José van den Driessche

Plantaardige vleesvervangers: eiwitkwaliteit en nieuwe eiwitten

Deel 2 uit het drieluik over plantaardige vleesvervangers

Dierlijke producten bevatten voedingsstoffen waar plantaardige alternatieven niet altijd aan kunnen tippen. Of toch wel? In deel 1 van dit drieluik schreef collega Maud Theelen al over de gezondheidsaspecten van plantaardige vleesvervangers. Vandaag gaan we in op de samenstelling en het gebruik van nieuwe eiwitten.

Kwantiteit versus kwaliteit

Het Voedingscentrum heeft een substitutiecriterium opgesteld voor kant-en-klare vleesvervangers: minimaal 20% van de energie moet uit eiwit komen [1]. In deel 1 van het drieluik lieten we zien dat bijna alle onderzochte plantaardige vleesvervangers hieraan voldeden. Hoe zit het echter met de eiwitkwaliteit?

Score voor eiwitkwaliteit

De kwaliteit van eiwit wordt bepaald door het gehalte aan essentiële aminozuren en de verteerbaarheid van het eiwit. Het lichaam kan zelf geen essentiële aminozuren aanmaken, dit moet dus uit de voeding worden gehaald. Daarnaast is het van belang dat eiwitten goed worden opgenomen. Beide elementen zijn samen te vatten in één score voor eiwitkwaliteit: Digestible Indispensable Amino Acid Score (DIAAS) [2].

Binnen DIAAS wordt het aantal verteerbare essentiële aminozuren van een (nieuw) eiwit naast een referentie-eiwit gelegd, zoals kippeneiwit. Zo kan de kwaliteit van verschillende eiwitbronnen met elkaar worden vergeleken. Een eiwit met een score van 1,00 of hoger kan gezien worden als ‘hoge kwaliteit’, van 0,75 tot 0,99 als ‘goed’ en onder de 0,75 als ‘laag’ [2].

Hoe scoren eiwitten in plantaardige vleesvervangers?

Veelgebruikte plantaardige eiwitbronnen zijn soja, erwt, tarwe, aardappel, rijst en bonen. Wij bekeken in deel 1 de ingrediëntenlijst van verschillende merken plantaardige burgers. Soja stak er met kop en schouders bovenuit en werd in ongeveer 70% van de burgers gebruikt als voornaamste eiwitbron, gevolgd door erwt en tarwe.

Toevallig? Waarschijnlijk niet. Hoewel er over de duurzaamheid van soja nog het één en ander te schrijven valt (lees volgende week de laatste editie van dit drieluik), biedt soja een goede eiwitkwaliteit met een DIAAS boven de 0,90 [3]. Erwt en tarwe doen het aanmerkelijk minder met scores onder de 0,75. Dit laatste is overigens meer regel dan uitzondering; aardappel- en koolzaadeiwit lijken nog mee te kunnen doen (score boven de 0,75), maar de meeste plantaardige eiwitten zijn van wat mindere kwaliteit vergeleken met dierlijke eiwitten [3].

Eiwitten van de toekomst

Moeten we het dan doen met een handjevol aan kwalitatieve plantaardige eiwitbronnen? Gelukkig niet. Er worden steeds meer verschillende technieken gebruikt om eiwitten te isoleren, concentreren en fractioneren, zodat ze als ingrediënt in verschillende toepassingen gebruikt kunnen worden. Ook worden nieuwe eiwitbronnen geselecteerd met oog voor duurzaamheid, nutritionele waarde en eventueel functionele eigenschappen.

Voordat een nieuw innovatief eiwit de markt op mag in de Europese Unie, moet de veiligheid eerst worden beoordeeld door de Europese autoriteiten volgens de novel food verordening [4]. Dit is een uitvoerig en zorgvuldig proces dat een flinke doorlooptijd heeft. Het is dus nog even wachten totdat sommige nieuwe eiwitten als ingrediënt in bijvoorbeeld plantaardige vleesvervangers gebruikt kunnen worden.

Nieuwe eiwitten op je bord

En als ze er eenmaal zijn, eet je ze dan? Het vertrouwen onder flexitariërs in eiwitten uit bekende bronnen, zoals aardappel en rijst, is het grootst en het vertrouwen in insecteneiwit het laagst [5]. Dit is, samen met onder andere de eiwitkwaliteit, een punt van aandacht in de ontwikkeling van eiwitten voor bijvoorbeeld plantaardige vleesvervangers. Maar met de ontwikkeling van nieuwe eiwitten kan het zomaar eens zo zijn dat de schappen in de supermarkt er over een aantal jaar anders uitzien, met hoogkwalitatieve vleesalternatieven te over.

Bronnen

  1. Brink, L., Postma-Smeets, A., Stafleu, A., & Wolvers, D. (2016). Richtlijnen schijf van vijf. Voedingscentrum Nederland.
  2. Report of an FAO Expert Consultation (2013). Dietary protein quality evaluation in human nutrition. Link: https://www.fao.org/ag/humannutrition/35978-02317b979a686a57aa4593304ffc17f06.pdf
  3. Hertzler et al (2020). Plant proteins: assessing their nutritional quality and effects on health and physical function. Nutrients, 12, 3704, doi:10.3390/nu12123704.
  4. Europese Commissie (2015). Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende nieuwe voedingsmiddelen (…). Link: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:02015R2283-20210327&from=EN
    VMT (2021). Europees onderzoek: flexitariërs verlangen dit van plantaardige producten. Link: https://www.vmt.nl/54036/europees-onderzoek-flexitariers-verlangen-dit-van-plantaardige-producten