Contact

Zeestraat 84
2518 AD Den Haag

Andere vestigingen ›

Opwarmer voor het Maatschappelijk Café 'Biobased Economy: hype of ontwikkeling?'

Weinigen kan het zijn ontgaan: de wereld raakt in de ban van de biomassa. Dreigende tekorten op de energiemarkt, internationale concurrentie in de landbouw, angst voor klimaatverandering en politieke onrust in het Midden-Oosten hebben de toepassing van agrarische energiebronnen vleugels gegeven. Ook de chemische industrie beginnen voor nieuwe, plantaardige grondstoffen kansen te zien.

Plotseling zijn alle ogen weer gericht op de landbouw, als fundament voor een duurzame, bio-based economie. Een unieke, realistische kans? Of een voorbeeld van opgeklopte verwachtingen?

Hoe hoog de verwachtingen inmiddels zijn gespannen, blijkt bijvoorbeeld uit recente toespraken van George W. Bush, president van de Verenigde Staten. Bush voorspelt dat zijn land over twintig jaar, dankzij de productie van bio-ethanol, driekwart minder olie uit het Midden-Oosten zal importeren. Een land als Brazilië, waar miljoenen auto’s al probleemloos rijden op ieder mengsel van benzine en ethanol, geldt daarbij als lichtend voorbeeld.
Maar ook in Europa slaat de goudkoorts toe. De prijs voor koolzaad stijgt dankzij de fabricage van biodiesel. In Duitsland, Denemarken en Zweden stampen investeerders in rap tempo nieuwe fermentatoren uit de grond die mais en koeienmest in bio-gas kunnen omzetten.
Nederland heeft een lichte achterstand op deze kopgroep, maar met het recente voornemen om over vier jaar 5,75 procent van de transportbrandstoffen uit biobrandstoffen te laten bestaan, heeft ook ons land zich definitief tot het biobrandstof-geloof bekeerd.
Volgens het Platform Groene Grondstoffen, dat de toepassing van biobrandstof in Nederland wil stimuleren, zou in 2030 dertig procent van de fossiele brandstoffen door biomassa moeten zijn vervangen.

Maar de stormachtige ontwikkeling is niet zonder critici. Veel van de huidige biomassa-technologie, ook wel als de ‘eerste generatie’ omschreven, brengt bijvoorbeeld op de keper beschouwd weinig energie op, omdat bij het telen, vervoeren en opslaan van de gewassen nog veel fossiele brandstoffen worden verbruikt. Voor efficiëntere, en dus massale biomassa-plantages lijkt in Nederland weinig plaats.

De ‘tweede generatie’ biobrandstoffen, geen hoogwaardige gewassen maar biomassa die nu als afval verloren gaat, belooft een hoger milieurendement. Houtsnippers en gesnoeide bermplanten zouden in fermentatoren tot bio-gas en bio-ethanol kunnen worden omgezet. Of deze tweede generatie de ambitieuze beloften ook echt kan waarmaken, moet echter nog worden afgewacht.

Hoe dan ook is de vraag hoeveel biobrandstoffen in Nederland kunnen bijdragen aan een duurzame economie: zelfs als Nederland alle beschikbare biologische afval zou omzetten in energie, dan nog zou daarmee in 2030 minder dan tien procent van onze dorst naar brandstof kunnen worden gelest, volgens berekeningen van het Groen Platform. Om zoals beoogd dertig procent van alle fossiele brandstoffen te vervangen, zou Nederland meer dan de helft van de biomassa moeten importeren. Hoe duurzaam die import kan zijn is de vraag — zeker als aan de strenge eisen van een deel van de milieubeweging (‘geen gentechnologie, geen biomassa-teelt in plaats van voedsel, geen toename van sociale ongelijkheid’) moet worden voldaan.
De buitengewone aandacht voor biomassa als brandstof verdringt bovendien mogelijk de aandacht voor andere vernieuwingen in de landbouw: de winning van grondstoffen voor de chemische, misschien zelfs de farmaceutische industrie.

In dit Maatschappelijk Café, de derde in een serie over ontwikkelingen in ons gebruik van grondstoffen, zullen gelovigen en sceptici moeten proberen het kaf van het koren te scheiden. Gaan biobrandstoffen en biogrondstoffen de Nederlandse landbouw een nieuwe impuls geven? Verdient die ontwikkeling steun met belastinggeld? Of jagen we met zijn allen op iets wat in de toekomst een wereldwijde bio-based bubble zal blijken te zijn?