Contact

Zeestraat 84
2518 AD Den Haag

Andere vestigingen ›

Mentale gezondheid in Nederland – hoeveel doen de gemeentes?

Ben jij gezond en vitaal? En denk jij bij deze vraag direct aan je lijf en conditie, of ook aan je mentale welzijn? Dit jaar organiseert het Nederlands Expertisecentrum Vitaliteit alweer de achtste editie van de Nationale Vitaliteitsweek, met dit keer extra aandacht voor mentale gezondheid.  Een goed initiatief, dat tegelijkertijd ook vragen oproept – bij Schuttelaar & Partners waren we vooral benieuwd naar de aandacht die door lokale overheden aan dit thema wordt besteed. We analyseerden de landelijke en lokale ambities met betrekking tot het verbeteren van de mentale gezondheid, en hoe deze per gemeente verschillen. In dit artikel beschrijven we onze belangrijkste resultaten. 

Van landelijke ambities naar een lokale aanpak 

De twee jaar durende “coronasleur” heeft een flinke uitwerking gehad op ons land. De mentale gezondheid ging fors achteruit: 20 á 25% van de Nederlanders ervaarden in deze periode grote mate van angst, somberheid en stress. Het besef dat hier verandering in moet komen, lijkt inmiddels ingedaald: de belangstelling voor mentale gezondheid is groot, ook op de politieke agenda. Om gezondheidsachterstanden te verbeteren lanceerde het rijk al in 2018 het Nationaal Preventieakkoord. Het doel: een gezond en vitaal Nederland. Ruim 70 samenwerkende partijen gingen aan de slag om een gezonde levensstijl te stimuleren en ongezonde gewoontes te verminderen. Doordat de coronacrisis in 2019 leidde tot meer mentale klachten werd het akkoord uiteindelijk verbreed met een preventieaanpak voor geestelijke gezondheid. Naast het Nationaal Preventieakkoord lanceerde het rijk bovendien de kabinetsaanpak ‘Mentale Gezondheid: van ons allemaal’ – een programma om mentale gezondheid te verbeteren en klachten tijdig te signaleren, verminderen en voorkomen. Zelfs op Europees vlak liggen er plannen klaar om mentale gezondheid onder de aandacht te brengen. Zo stelt het Europees Parlement voor om 2023 uit te roepen tot het 'EU-jaar van de Goede Geestelijke Gezondheid', en strijden verschillende Europarlementariërs voor een actieplan om geestelijke gezondheidsproblemen te voorkomen.

Hoewel deze initiatieven veel kansen met zich meebrengen, zijn er ook de nodige uitdagingen. Een belangrijke daarvan is het betrekken van de lokale partijen. Met die doelstelling in het achterhoofd werd het Lokaal Preventieakkoord opgericht: nogmaals een ‘pakket aan afspraken’ om gezondheidsachterstanden in Nederland te verminderen, maar nu gericht op lokale partijen en burgers. Met het Lokaal Preventieakkoord ontvangt iedere gemeente een subsidie om in te zetten op achterliggende problematiek, zoals mentale gezondheid. Ook werkt het kabinet samen met bestaande initiateven zoals het Jongerenpanel Mentale Gezondheid, MIND Us en JOGG. 

Impact van lokale inspanningen 

De vraag is nu: heeft die lokale aanpak ook écht impact? Schuttelaar & Partners onderzocht de variërende aandacht voor mentale gezondheid in de coalitieakkoorden van 15 grote steden in Nederland. Aan de hand van zes door ons opgestelde pijlers werden de coalitieakkoorden van de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Haarlem, Utrecht, Groningen, Leeuwarden, Zwolle, Assen, Nijmegen, Maastricht, Middelburg, Den Bosch, Lelystad en Arnhem doorgespit. Heeft de gemeente aandacht voor mentale gezondheid? Heeft de gemeente een preventieakkoord? Zo ja, richt dit akkoord zich ook op mentale gezondheid? Is er sprake van een integrale aanpak? Is er een actieplan? Werkt de gemeente samen met partners? En tot slot, wordt er geld besteed aan het verbeteren van mentale gezondheid? Aan de hand van deze vragen kwamen wij uit op drie belangrijke conclusies.  

Aandacht voor mentaal welzijn

Uit onze analyse is allereerst gebleken dat ruim dertien van de vijftien gemeenten een preventieakkoord hebben – enkel Lelystad en Leeuwarden lopen achter. De gemeenten Den Bosch, Groningen, Arnhem, Zwolle, Rotterdam en Nijmegen besteden binnen het preventieakkoord ook specifiek aandacht aan mentale gezondheid. Zo stimuleert gemeente Den Bosch het aanbod van gezonde keuzes in wijken: “We zoeken hoe we samen met andere programma’s kunnen bijdragen aan positieve gezondheid. Bijvoorbeeld hoe cultuur een rol kan spelen in de mentale gezondheid van mensen.” Ook benoemt gemeente Groningen (mentale) weerbaarheid als een prioritair thema binnen het preventieakkoord.  

Figuur 1: Percentage gemeentes dat aandacht besteedt aan mentale gezondheid in het lokaal preventieakkoord.

Nijmegen als koploper

In hoeverre zijn de landelijke ambities terug te vinden in de gemeentelijke coalitieakkoorden? En welke gemeente besteedt nu de meeste aandacht aan mentale gezondheid? Met de hoogste score in de door ons vastgestelde pijlers is gemeente Nijmegen de absolute koploper. Zo besteedt de gemeente in het akkoord veel aandacht aan jongeren en problematiek rondom mentale gezondheid: “Jongeren verdienen speciale aandacht. Zij hebben, in de bloei van hun leven, relatief veel last gehad van corona. Vooral de problematiek bij jongeren die al op achterstand stonden, is verergerd.” De gemeente stelt daarnaast op structurele basis een bedrag van ruim €180.000 beschikbaar om mentale gezondheidszorg te verbeteren en uit te breiden.  

Utrecht belandt in ons onderzoek op de tweede plaats. De gemeente besteedt veel aandacht aan mentale gezondheid, hoewel het preventieakkoord zich niet richt op het preventief behandelen van mentale gezondheidsproblemen. Wel komt het thema veel aan bod in het coalitieakkoord. Zo wordt mentale gezondheid zelfs als een van de speerpunten van het volksgezondheidsbeleid benoemd: “Door prestatiedruk en de nasleep van corona is mentale gezondheid een urgent thema. We geven de inzet hierop een impuls met speciale aandacht voor de jeugd en jongvolwassenen.” Door middel van een integraal actieplan en een structureel budget beoogt de gemeente Utrecht de mentale gezondheidszorg uit te breiden.  

In de gemeentes Assen en Middelburg moeten nog veel stappen worden gezet: zij besteden geen tot weinig aandacht aan de mentale gezondheid van hun inwoners. Zo komt het thema mentale gezondheid niet terug in hun Lokaal Preventieakkoord en coalitieakkoord. Ook een samenwerking met lokale partners op dit thema, een integrale aanpak en/of een actieplan ontbreken. 

Figuur 2: Score van onderzochte gemeentes op de 6 pijlers rondom inzet voor mentale gezondheid.

Werk aan de winkel

De 15 onderzochte gemeenten scoorden gemiddeld een 2,2 uit 6 pijlers - er is dus absoluut werk aan de winkel. Een goede eerste stap is dat ruim 60% van de gemeenten in ieder geval scoorden op de pijler 'aandacht voor mentale gezondheid' in het coalitieakkoord. Ongeveer een kwart van de gemeenten werkt ook samen met partners, zoals de GGZ en stichting Kansrijke Start, om de mentale gezondheid in de stad te verbeteren. Toch lijkt de implementatie van de goede plannen in veel gemeenten nog ver weg: slechts 20% van de grote gemeenten heeft naast aandacht voor mentale gezondheid ook een integraal actieplan ontwikkeld. Ook maakt slechts een kleine 13% geld vrij om de lokale mentale gezondheidszorg te verbeteren of uit te breiden. Die resultaten zijn zorgelijk, omdat een integraal actieplan en vrijgemaakt budget essentiële onderdelen zijn om de in akkoorden vastgelegde plannen om te zetten in impact voor de lokale bewoners. Als we het mentaal welzijn van Nederlanders structureel en in het hele land willen verbeteren, zullen veel gemeenten dus zeker tijd, aandacht en werk moeten steken in het opzetten van een integraal actieplan, samenwerkingen met (lokale) relevante partners, en het vrijmaken van budget voor dit belangrijke thema. Tijd om de goede plannen in de praktijk brengen en écht werk te maken van het verbeteren van de mentale gezondheid. 

Ondersteuning 

Bent u werkzaam bij een gemeente en op zoek naar ondersteuning bij het verbeteren van de lokale mentale gezondheid? Schuttelaar & Partners helpt u graag verder. Neem vrijblijvend contact op met een van onze experts.  

Dit artikel is geschreven in samenwerking met Public Affairs collega Iris van Boven. 


Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Iris Gombert