Contact

Zeestraat 84
2518 AD Den Haag

Andere vestigingen ›

Symposium 'Nieuwe wegen naar gezonde voeding'

‘Hoogste tijd om door te pakken’

Het is een rampscenario als veel mensen zich structureel slecht voeden. Naast veel menselijk leed door welvaartsziekten en ondervoeding, leidt dit tot een explosie van zorgkosten die niet te dragen zijn. Om deze ramp af te wenden, moet gezonde voeding en een gezond eet- en leefpatroon topprioriteit zijn voor overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Beseffen deze partijen wel hoe urgent dit is?

Diana Monissen, bestuursvoorzitter van Stichting Ik Kies Bewust’, betwijfelt dit. Ze heeft de indruk dat die urgentie onvoldoende leeft bij bedrijven en beleidsmakers. ‘Ook in de discussie die we hier vanmiddag hebben gevoerd, lijkt het wel alsof er geen probleem bestaat in Nederland en in de wereld’, zegt ze aan het eind van het symposium ‘Nieuwe wegen naar gezonde voeding’, dat op 17 oktober 2017 plaatsvond op de Wageningen Universiteit. ‘Als ik de meningen hoor van verschillende organisaties hier aanwezig, dan zijn dit maar kleine stapjes. Maar wat gebeurt er nou écht? We kunnen niet blijven schipperen. De tijd van doorpakken is aangebroken en dat doet inderdaad pijn. Net zoals wet- en regelgeving pijnlijke effecten heeft. Maar we kunnen er niet langer onderuit. Producenten en verkopers van voeding moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Dat geldt ook voor de overheid. In het nieuwe regeerakkoord lees ik maar weinig over voeding en gezondheid. Ik ben benieuwd naar wat het Ministerie van VWS gaat doen en in welk tempo.’

Torenhoge ambities

Waar het nieuwe regeerakkoord volgens Monissen nog op de vlakte blijft over de aanpak van de voedselproblematiek, was het kabinet Rutte II dat nu wordt uitgezwaaid zeer ambitieus. Dat bleek wel tijdens de Voedseltop van januari 2017 (zie kader ‘Topambities’), waarvan de slotverklaring vol stond met torenhoge ambities. Het symposium ‘Nieuwe wegen naar gezonde voeding’ daagde de ruim 150 aanwezigen uit om deze theoretische goede bedoelingen aan de praktijk te toetsen.

Dat werkt het beste met een soort nulmeting. Waar staat Nederland nu in de productie en consumptie van veilig en gezond voedsel? ‘Het niveau van voedselveiligheid in Nederland is heel hoog’, zegt Matthijs van den Berg, Hoofd van het Centrum Voeding, Preventie en Zorg bij het RIVM. ‘Voedsel veroorzaakt minder dan een half procent van de totale ziektelast en als je naar het gehalte chemische stoffen kijkt, blijven voedingsmiddelen in Nederland ook ruim binnen de normen.’

Gezondheid en milieu

Als er één instituut is dat meet en weet wat de Nederlander eet, dan is het wel het RIVM via haar regelmatige Voedselconsumptiepeiling (VCP). ‘Hieruit blijkt dat de meeste Nederlanders niet de gewenste hoeveelheid aan groenten en fruit consumeren’, zegt Van den Berg. ‘Positief signaal is, dat de consumptie van groenten en fruit onder kinderen groeit. Ook positief is de licht dalende trend in de consumptie van rood en bewerkt vlees in de afgelopen jaren tot 2016. Bij noten en peulvruchten blijft de consumptie op één derde van de aanbevolen hoeveelheid steken. Bekijk je de milieu-impact van de voedselconsumptie van een gemiddelde volwassen Nederlander, dan blijkt die groot te zijn. Vooral consumptie van dierlijke voedingsmiddelen als vlees en zuivel zorgt voor een CO2-equivalent van 4 tot 5 kilo per dag. Om zowel gezondheid als milieu te verbeteren, is het aan te bevelen om niet te veel te eten, waar mogelijk dierlijk door plantaardig te vervangen en minder suikerhoudende en alcoholische dranken te drinken.’

Afspraken boeken resultaten

Van den Berg toont aan, dat afspraken maken over het herformuleren van voedingsmiddelen tot de beste resultaten leidt. Dat blijkt vooral bij zout. ‘Brood bepaalt meer dan een kwart van de zoutinname’, zegt hij. ‘Voor brood en andere voedingsmiddelen die veel bijdragen aan de zoutconsumptie zijn afspraken gemaakt en juist daar zie je de grootste afname van zoutgehaltes. Bij verzadigd vet is voor een paar productgroepen een afspraak gemaakt en ook daar zie je een lager gehalte aan verzadigd vet. Bij productgroepen waar die afspraken niet gelden, zie je geen verbetering. Dat geldt ook voor suiker, waar over de hele linie geen vooruitgang is geboekt.’

Meten is weten, dus is het de vraag of positieve verandering door herformulering van levensmiddelen ook in de VCP merkbaar is. ‘De reductie van het zoutgehalte is significant, maar dat zien we nog niet terug in de consumptiecijfers’, moet Van den Berg erkennen. ‘We verwachten wel dat dit zichtbaar gaat worden. Gezien de prestaties in zoutreductie, zou de zoutinname met zo’n 5% moeten dalen.’

presentatie-matthijs-van-den-berg.pdf

 

Effecten van het Vinkje

Kees de Graaf, Hoogleraar Sensoriek en Eetgedrag bij de afdeling Humane Voeding van Wageningen Universiteit, kijkt terug op de effecten van de jaren dat het Vinkje op de verpakkingen heeft gestaan. ‘Het betreft 7700 producten van 89 leveranciers die bij 92% van de supermarktorganisaties in de schappen stonden’, zegt hij. ‘Het is aantoonbaar dat dit heeft bijgedragen in het reduceren van zout, toegevoegde suikers en energie. Ook het effect van het aanscherpen van de criteria om voor een Vinkje in aanmerking te komen, is evident. Dat deden we in 2011 waarna er veel producten buiten de boot vielen. Veel fabrikanten hebben vervolgens via herformulering een inhaalslag geleverd.’

Maar het gaat volgens De Graaf niet om terugkijken, integendeel. ‘Het is belangrijk dat dit symposium een nieuwe aanzet geeft tot verdere herformulering van levensmiddelen’, stelt hij. ‘Nieuwe wegen zijn hoogstnoodzakelijk, gezien de ellende die ziekten als gevolg van overgewicht veroorzaken, en de hoge zorgkosten die ermee zijn gemoeid. Smaakvoorkeuren veranderen is moeilijk. Er is geen wetenschappelijk bewijs voor de stelling dat een lagere blootstelling aan zoet ook leidt tot een afnemende voorkeur voor zoet. Suiker uit de voeding halen, haalt niet de voorkeur voor zoet weg. Producten die niet tot de Schijf van 5 horen, zijn gemiddeld twee tot drie keer zo zoet, twee keer zo zout en twee keer zo vet. De WHO stelt dat de healthy choice de easy choice moet worden. Ik denk eerder dat het de happy choice moet zijn. Eten moet wel smakelijk en plezierig blijven. Je kunt niet straffeloos suiker, zout en vet uit eten blijven halen. Nu is 9 gram zout de gemiddelde intake. Doel is om dit in 2020 op 6 gram te krijgen. Ik vraag me af of dat haalbaar is. Zout heeft ook een fysiologische functie.’

presentatie-kees-de-graaf.pdf

 

Verkoopt gezondheid?

Hoe motiveer je mensen om gezonder te eten? Hoe maak je die happy choice tot een haalbaar businessmodel? Met andere woorden: verkoopt gezondheid? Dat is de kernvraag waarop een andere Wageningse wetenschapper – Hoogleraar Marketing en Consumentengedrag Hans van Trijp – uitkomt. ‘Dit is een kwestie van willen, kennen en kunnen’, zegt hij. ‘Willen gaat om motivatie en dat hangt af van educatie. Kennen gaat over transparantie en dat is van belang als je een front of pack-label wil gebruiken om gezond keuzegedrag te stimuleren. Kunnen hangt af van het assortiment en de verkrijgbaarheid van gezonde en gezondere voeding. Dit is van belang voor het herformuleren van voedingsmiddelen tot gezondere varianten.’

 

Politieke discussie over labels

In theorie leiden deze drie sporen naar gezondere consumptie en een gezonder leven, maar de praktijk is volgens Van Trijp erg weerbarstig. ‘Als het om de smaak gaat, zijn lekker en gezond elkaars tegengestelde. Dat is lastig, omdat de mens er niet op is gericht om verleiding te weerstaan. Dan zou een logo of een label op de verpakking kunnen helpen, maar je kunt je afvragen of dat voldoende is in de hele omgeving waarbinnen voeding wordt aangeboden. De discussie die de afgelopen jaren over labeling is gevoerd, vind ik vrij sneu. Die is politiek geworden, met allerlei partijen die zich laten leiden door eigen belangen in plaats van wetenschappelijke inzichten. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat een label op de verpakking gedrag beïnvloedt. Ook is er geen wetenschappelijke studie die aantoont dat het ene logo beter werkt dan het andere.’

 

Substitutieproducten

Van Trijp vraagt zich hardop af, of een absoluut verpakkingslogo wel nodig is voor een verantwoord voedingsbeleid. ‘Een gemakkelijk te begrijpen hulpmiddel dat producten op gezondheid vergelijkt en dat gezondere vervangingsproducten biedt, daaraan is behoefte’, zegt de hoogleraar. ‘Ik heb daarvoor een idee uitgewerkt. Maak van elke categorie een nutritioneel profiel en stel op basis daarvan een ranglijst op van het gezondste – of minst ongezonde – product tot en met de ongezondste keuze. Die informatie kun je gebruiken om consumenten binnen de categorie waarin ze een keuze maken betere substitutieproducten aan te bieden. Zulke informatie is relevant voor het keuzeproces, waarbij je er wel voor moet zorgen dat je de verleiding wegneemt. Een getrapte keuze op basis van objectieve voedingskundige informatie.’

Prikkels voor herformulering

Om voortdurende verbetering te realiseren, stelt Van Trijp dat deze ranglijsten ook gebruikt kunnen worden om de industrie te prikkelen tot herformulering van hun producten. ‘Mijn idee is om elk jaar de 10% ongezondste producten per categorie te oormerken voor sanering. Dan krijgt de leverancier een jaar de tijd voor herformulering. Die periode geldt een terugkeergarantie, maar als de fabrikant er niet in slaagt om het product gezonder te maken, dan wordt het gesaneerd. Zo heb je elke tien jaar de cyclus rond! Ik geef toe, het is nog maar een idee dat om doorontwikkeling vraagt. Maar ik noem het een aanzet tot herformulering. Er is veel te winnen als fabrikanten herformulering inbedden in hun businessmodel.’

presentatie-hans-van-trijp.pdf

 

Betutteling

Het is een academische weg naar gezonde voeding die de supermarkten op voorhand niet zien zitten. ‘Dit soort betutteling gaan we in Nederland niet organiseren’, zegt Marc Jansen, directeur van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), resoluut. ‘Supermarkten willen consumenten de keuze blijven bieden. Met een breed scala aan gezonde voeding, maar ook met de guilty pleasures.’ Marian Geluk, directeur van de Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie (FNLI), wijst op het akkoord verbetering productsamenstelling, waarin de FNLI en het CBL samen met Koninklijke Horeca Nederland en de Vereniging van Nederlandse Cateringorganisaties in samenwerking met het Ministerie van VWS, afspraken hebben gemaakt over het terugdringen van de gehaltes aan suiker, zout en verzadigd vet in voedingsmiddelen tot 2020. Dat betreft volgens CBL en FNLI ook herformulering, en beide organisaties erkennen dat de wetgever aan zet is, als deze zelfregulering niet blijkt te werken.

Prijs en gemak bepalen voedingskeuze

‘Herformulering is prima, maar maak ook afspraken over portiegroottes’, zegt Jaap Seidell, hoogleraar aan de Vrije Universiteit en expert in voedingsgedrag van consumenten. ‘Dat kan positieve effecten van herformulering weer tenietdoen en dat zou zonde zijn.’ Volgens Seidell kunnen alle verpakkingslogo’s achterwege blijven. ‘Mensen eten wat beschikbaar is. Prijs en gemak zijn bepalend. Niet de logo’s. Ik doe veel onderzoek in achterstandswijken waar de voedingsproblematiek groot is. Die mensen letten op prijs en ze kopen wat er in de aanbieding is. De samenhang tussen opleidingsniveau en ongezonde leefstijl is bewezen. Obesitas en slechte voeding is een direct gevolg van het volop beschikbaar zijn van aantrekkelijk geprijsde grote porties ongezond voedsel. Dit maakt mensen ziek en hierdoor exploderen de zorgkosten. De voedingsmiddelensector heeft als plicht om hier iets aan te doen. Investeren in gezondere voedselkeuzes spaart levens en het bespaart heel veel geld.’

 

Maatschappelijke kritiek

De zelfregulering, waar CBL en FNLI op wijzen, is aan Seidell niet besteed. ‘Dat is zelden effectief. Aanbieders van voeding kunnen bijdragen aan de oplossing door ontwikkeling van gezonde voeding en die actief te promoten en laag te prijzen. Een gezonde voedselomgeving in winkels en restaurants, leidt tot gezondere keuzes.’

Dus geen kratje bier meer als stuntartikel om klanten naar de supermarkt te trekken? Een wettelijk verbod op prijspromoties voor ongezonde producten is anno 2017 misschien nog onvoorstelbaar, maar wat vandaag betutteling is, kan morgen gemeengoed zijn, en een bindende wet of een gevolg van een moreel appèl. Stunten met vlees krijgt nu veel maatschappelijke kritiek, net zoals producten die aantoonbaar dierenleed veroorzaken. Met ongezonde producten die aantoonbaar mensenleed veroorzaken, kan het ook die kant opgaan.

presentatie-jaap-seidell.pdf

 

Wetgeving moet begrepen worden

‘Als je daarover wetgeving wil maken, dan moet die wel door iedereen begrepen worden’, zegt topambtenaar Henk Reinen  van het Ministerie van VWS. Hij maakt de vergelijking met roken: ‘De anti-rookmaatregelen die nu gelden en die maatschappelijk zijn geaccepteerd, hadden we er 20 tot 30 jaar geleden nooit doorheen gekregen. Gezond eten en leven speelt een rol bij het voorkomen van veel ziektes, maar voor wetgeving heb je draagvlak in de samenleving nodig. Mensen en organisaties moeten intrinsiek gemotiveerd worden om hun verantwoordelijkheid te nemen.’

Na roken ook ongezond eten verbannen

Reinen is nog steeds trots op het ambitieniveau van de Voedseltop, maar volgens Diana Monissen gaat het niet meer om woorden, maar daden. Of het nieuwe kabinet de daad bij het woord voegt? Daarover heeft ze in het nieuwe regeerakkoord maar weinig kunnen lezen. Dus meneer Reinen, hoe zit het? ‘In het regeerakkoord speelt het bestrijden van overgewicht een heel belangrijke rol’, zegt de topambtenaar desgevraagd. ‘Bij de nieuwe regering en de nieuwe bewindspersonen op VWS is daar zeker aandacht voor.’

In overheidsgebouwen en andere openbare ruimtes moet het ongezonde eten – net zoals het ongezonde roken – worden verbannen. Gevolgd door ziekenhuizen en andere zorginstellingen, scholen en – bij voldoende maatschappelijke druk – de omgeving van het schoolplein. Op overheidsgebouwen heeft de overheid zelf directe invloed, maar wil gezonde voeding het eetpatroon gaan domineren, hangt veel af van maatschappelijke druk. Dan is gezond eten de betutteling voorbij, en volgt de intrinsieke motivatie van het bedrijfsleven vanzelf.

Topambities

Het ambitieniveau van de Voedseltop die op 26 januari 2017 plaatsvond, is torenhoog. De brief die het kabinet op 23 februari 2017 naar de Tweede Kamer stuurde, verwoordt het zo: “Het kabinet ziet voor Nederland grote kansen om over vijf tot tien jaar wereldwijd koploper te zijn in veilige, gezonde en duurzame voeding en een duurzame land- en tuinbouw.”

Het citaat komt uit de slotverklaring van de Voedseltop, die benadrukt dat duurzame productie hand-in-hand moet gaan met gezonde consumptie. Daarom staan er in deze slotverklaring intenties zoals ‘We maken de gezonde keuze makkelijker en aantrekkelijk’; ‘We gaan gezonder en duurzamer eten, volgens de adviezen van het Voedingscentrum’; ‘Iedereen – van jongs af aan en een leven lang – leert over voedsel’; ‘We maken de samenstelling en de herkomst van ons voedsel inzichtelijk via het etiket, voorlichting en online applicaties’ en ‘We stimuleren consumenten te kiezen voor gezonde, duurzame producten die aan deze ambities voldoen.’

 

Dialoog en debat

De deelnemers aan het symposium hebben gediscussieerd naar aanleiding van enkele prikkelende stellingen, waarover zij vervolgens hebben gestemd. Dit zijn de stellingen en de uitslagen:

 

Je kan beter producten aanpassen dan het gedrag van consumenten.

Ja: 30%

Nee: 70%


Om de 4 jaar moet de slechtste 10% uit een productgroep.

Ja: 52%

Nee: 48%


Gezondheidsbevordering werkt pas écht als de keuzevrijheid beperkt wordt.

Ja: 82%

Nee: 18%


Retail moet het voortouw nemen in het stimuleren van gezonde voeding.

Ja: 54%

Nee: 46%


Gezonde voeding zal altijd saai blijven.

Ja: 12%

Nee: 88%


Een Schijf van Vijf-supermarkt is kansloos.

Ja: 50%

Nee: 50%


Minder misleiding op de voorkant van verpakkingen leidt tot gezondere keuzes.

Ja: 83%

Nee: 17%


Ieder restaurant moet twee keer zoveel groente als vlees in een gerecht aanbieden.

Ja: 82%

Nee: 18%


De NVWA moet bloggers en vloggers controleren op de juistheid van geclaimde effecten van hun voorgestelde diëten.

Ja: 74%

Nee: 26%


Elke gemeente moet obesogene omgeving terugdringen.

Ja: 85%

Nee: 15%


Alle suikers moeten uit frisdranken worden verwijderd.

Ja: 31%

Nee: 69%


Op onbewerkte groenten en fruit hoort een 0-% BTW-tarief.

Ja: 92%

Nee: 8%

 


Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Dave van Hemert