Verbinding door bomen en struiken
Bomen, struiken en sloten verbinden ons landschap. Niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk. Op het platteland zijn boeren, natuurorganisaties, provincies en omwonenden het over één thema eens: in ons cultuurlandschap horen deze landschapselementen thuis. In een gepolariseerde tijd moeten we juist op zoek naar die verbindende elementen.
In de Achterhoek liggen boerderijen verstopt tussen houtwallen en heggen. In het veenweidelandschap vind je juist vergezichten met roepende grutto’s boven een netwerk van bloeiende slootoevers. Zulke elementen brengen biodiversiteit én identiteit. Daarom moet het landelijk gebied voor ten minste 10% bestaan uit deze culturele elementen vol vlinders, bloemen en vogels.
Vanuit deze gezamenlijke visie werken boeren en natuurbeschermers samen aan herstel van ons cultuurlandschap en de biodiversiteit. In het Aanvalsplan Landschap zetten partijen zoals de LTO en landschapsorganisaties zich hier samen voor in, en dragen ze bij aan het halen van Europese herstelverplichtingen. Afgelopen jaar leidde dat al tot 27 plannen voor honderden kilometers aan nieuwe bomenrijen, natuurvriendelijke oevers en het herstel van boomgaarden, hagen en poelen.
Maar we zijn er nog niet. Om de 10% te halen moeten er nóg duizenden kilometers bij. Hiervoor ontbreekt structurele financiering. Kabinet na kabinet hebben nagelaten om landschapsbeheer eerlijk te belonen. De meeste aanleg wordt nu gedaan door boeren en particulieren met liefde voor cultuurhistorie en landschap. Een goed verdienmodel ontbreekt.
De wil is er en de belangstellig is groot. Dit laat zien dat het platteland niet zo verdeeld is als het soms lijkt. Waar regionale partijen de ruimte krijgen om samen het gebied te herstellen, doen ze dat ook. Op het platteland wachten ze niet tot de politiek haar knopen heeft geteld. De bomen en struiken gaan de grond al in, nu is het aan Den Haag om de verbindende partij te zijn!
Deze column verscheen eerder in Food & Agribusiness.