Contact

Zeestraat 84
2518 AD Den Haag

Andere vestigingen ›

Marcel Schuttelaar

Gesprek met mijn vader | 2. Crisiskind

Deze column is - eindelijk - een vervolg op 'Gesprek met mijn vader: de ander' (25 mei 2018). Herinneringen aan een drie dagen durend gesprek met mijn al 70 jarige oude vader. Ingeleid met de vraag naar de drie belangrijkste positieve en negatieve ervaringen in zijn leven. Gedurende een gezamenlijke zeiltocht op mijn oude, klassieke jacht. In een poging elkaar eindelijk wat beter te begrijpen…

Zijn jeugd

Het was alsof ik een vergrendeling losgetrokken had. Drie dagen lang sprak hij over zijn jeugd. De hoge moraal van zijn vader, kruidenier in crisistijd in de eerste helft van de vorige eeuw. Zijn huwelijk, de zaak en over zijn kinderen. Hij had ze gemist. Te druk met het opbouwen van zijn onderneming. Vaak verweet ik hem dat hij geen ruimte maakte om met zijn kinderen op te trekken. Ik zou dat later nooit zo doen...

Hij bleek het met me eens. “De jeugd en het opgroeien van mijn kinderen zijn door mijn handen geglipt. Ik heb dat niet bewust meegemaakt. Ik weet niet of het anders had gekund. Je had niet zoveel te kiezen in die jaren. Ik heb van weinig dingen spijt, maar dat had ik anders moeten doen.”

Dagelijkse strijd

Wat mij uit ons gesprek bijgebleven is, is dat het bestaan ongemeen hard was. Hij sprak over de dagelijkse strijd. De broeksriem een tandje aansnoeren. Hij was een kind van de vooroorlogse crisisjaren. Zijn vader had een traditionele kruidenierszaak. In de tien jaar voor de oorlog werd er geen cent verdiend. Elke koffieboon werd van de vloer opgeraapt. De meeste klanten hadden het ook slecht. Boodschappen werden vaak aan huis gebracht. Ook bij de boerderijen in de omgeving. Die werden genoteerd in een boekje met gouden ‘Schuttelaar’-opdruk.

Maandelijks werd er afgerekend. Als er geen geld was dan werd er later betaald. Op papier was de omzet, ook in de crisisjaren, voldoende om wat winst te draaien. In de praktijk werd er zwaar verlies gemaakt. Veel schulden moesten worden afgeboekt, omdat de klant jaar in jaar uit te weinig kon betalen. Wat weer resulteerde in een forse aanslag van de fiscus. Zijn vader piekerde er niet over dit anders te doen. In slechte tijden help je elkaar. Maar hij leed er wel onder. 

Een opleiding

In een stadje als Zwolle koesterde je als middenstander je klanten. De weinige katholieken kochten bij elkaar. Al wandelend groette je je klanten altijd door het hoofd met een knikje te buigen en even de hoed op te tillen. Voor mijn vader reden om nooit in de zaak te willen gaan werken. “Ik wil niet mijn hoed op hoeven tillen voor klanten.”

Zijn moeder had ondanks de armoe kans gezien een beetje voor hem te sparen waardoor hij bij uitzondering een opleiding kon gaan doen. De Vakschool voor Koks en Banketbakkers in Wageningen zag hij als ontsnappingsroute uit het familiebedrijf. Hij kwam daar intern. “Ik zie me nog binnen komen lopen met mijn rode haar en een jas gemaakt uit de oude jas van mijn moeder.” De meeste kids waren van rijkere komaf en maakten hem dat vanaf de eerste dag duidelijk. Hij heeft daar voor zichzelf leren opkomen. 

Hulp

Het familiebedrijf omvatte enkele traditionele kruidenierswinkeltjes in Zwolle en Deventer, met een branderij voor koffie en pinda’s alsmede een groothandel. Na een aantal jaren als kok gewerkt te hebben in een tophotel vroeg zijn vader, die een zwakke gezondheid had, hem te komen helpen. Hij zat daar vreselijk mee, maar ging uiteindelijk akkoord.

Hij kreeg, alweer tot zijn spijt, de winkel in Deventer toegewezen en zou met zijn gezin uit Zwolle moeten vertrekken. De avond voor het vertrek hoorde hij dat hij toch de winkel in Zwolle moest runnen. De familie ging boven de eigen carrière. 

Vakman

Op de een of andere manier had hij veel gevoel voor foodtrends. “Ik verbaas me er over dat mijn collega's hun vaktijdschriften niet lezen. Hoe weet je dan wat er speelt in de markt?” Toen Albert Heijn, Simon de Wit en De Gruyter in de jaren ‘50/’60 de supermarktformule in Nederland populair maakten switchte hij van kruidenierswaren naar wijn, delicatessen en vreemd genoeg reformproducten. Deze laatste ontwikkeling was als VNR gedachte overgewaaid uit Duitsland. Hij bouwde in de jaren ‘70 een pracht van een winkel. Met echte chocolade, zuivere sappen, de mooiste Italiaanse hammen, juwelen van wijnen afgewisseld met een fors assortiment biologische- en natuurproducten. Foodgoeroe avant la lettre.

Tijd vooruit

Als kinderen was ons duidelijk dat dit gevoel voor mooie producten bijzonder was. Kritisch bewonderden we zijn vondsten. Er bleef echter weinig marge over. Zoals hij vertelde: “alle winst die ik maakte ging in de beginjaren regelrecht naar de groothandel waar mijn broer in werkte.” Zijn vader wilde dat zo. Daar was altijd wel een vrachtwagen die vervangen moest worden. Hij kon nauwelijks investeren in zijn winkel en ook de schuld aan de familie niet voldoen. Als gezin hadden wij het in die tijd niet breed, maar door de winkel waren wij culinair gesproken onze tijd vooruit. 

Zorgen

Op een dag ging mijn vader het debat aan met zijn vader. Om zijn zaak los te weken van het totaal. En niet langer als financier van de groothandel te hoeven dienen. Zijn vader was daar helder over. Die wilde zich niet langer tegen splitsing van het bedrijf verzetten maar waarschuwde hem overduidelijk dat dit een verkeerde beslissing was. Een die hij later zou betreuren. Je moet immers voor elkaar willen zorgen.

Mijn vader zag het als de enige kans om zijn zaak te laten overleven. “Mijn broer is niet oud geworden. Veel te vroeg aan een hartaanval overleden. Er lag veel te veel druk op hem. De concurrentie in die groothandel was moordend. Tot op de dag van vandaag weet ik niet of ik dit wel had moeten doen.” 

Crisis

Mijn vader was aimabel en gebalanceerd. Zeer succesvol als zakenman. En hij kon uitstekend met zijn omgeving uit de voeten. Breed gerespecteerd om zijn vriendelijke en doordachte adviezen. Bereid iedereen die daarvoor open stond, een stapje verder te helpen. Tijdens ons gesprek waarschuwde hij mij het zakenleven als een gevecht te zien. Vakkennis, je stinkende best doen, de broekriem een tandje strakker, zo formuleerde hij zijn randvoorwaarden voor succes. Er heilig van overtuigd dat de volgende diepe crisis nooit lang op zich zou laten wachten. 


Bedankt voor je inschrijving!
Er is een ongeldig emailadres ingevuld. Terug