Contact

Zeestraat 84
2518 AD Den Haag

Andere vestigingen ›

Johanna Junker

Wordt lokaal het nieuwe normaal?

Kaas en melk van de boer om de hoek, vlees uit de regio en vis uit eigen zee: wat in Nederland nog in opkomst is, is in andere landen in Europa al de normaalste zaak van de wereld. In landen als Oostenrijk, Frankrijk en Duitsland is men trots op het eten van eigen bodem en wordt de lokale productie van voedsel door de overheid sterk bevorderd. Ook in Nederland zien we de consumptie én waardering voor lokaal voedsel stijgen.

De coronacrisis als momentum voor verandering 

Nederland is van oudsher een exportland. De Nederlandse landbouw is grotendeels gericht op de productie van grote hoeveelheden tegen een concurrerende prijs voor de wereldmarkt. Het bevorderen van lokale ketens vraagt om een grote omslag van het Nederlandse landbouwsysteem en in ons denken. 

We zien dat er de afgelopen jaren steeds meer aandacht is voor streekproducten. Consumenten willen weten waar ons eten vandaan komt en hoe het geproduceerd is. 2020 heeft als geen ander jaar de ontwikkelingen op dat gebied versneld. De coronacrisis heeft consumenten en boeren laten voelen hoe kwetsbaar lange, wereldwijde voedselketens zijn. Volgens onderzoek van GfK is de verkoop bij boeren en tuinders aan consumenten vanaf maart verdubbeld. In tijden van schaarste in de supermarkten zijn veel consumenten hun voedsel direct bij de lokale boer gaan kopen. Initiatieven die de lokale voedselproducenten steunen zijn als paddenstoelen uit de grond geschoten in onder meer Zuid-Holland, Limburg en Utrecht. 

Vis van de Scheveningse kust

Ook vóór corona waren er al tal van initiatieven in Nederland die lokale voedselproductie en consumptie stimuleren. Een voorbeeld is Stichting Noordzeevis uit Scheveningen. De stichting zet zich in om de lokale vis uit de Noordzee bij Nederlanders geliefd te maken. 90% van alle Noordzeevis die in Nederland aan wal wordt gebracht, wordt namelijk geëxporteerd. Tegelijkertijd importeren we veel andere vissoorten zoals zalm, tonijn, tilapia en pangasius, terwijl wij zelf een kustland zijn met de Noordzee als achtertuin. De stichting heeft de afgelopen jaren Noordzeevis steeds meer op de kaart gezet, letterlijk en figuurlijk: 51% van de vishoofdgerechten in strandrestaurants in Scheveningen bestaat uit Noordzeevis. En deze ontwikkeling zet zich rap voort.  

Gesloten keten in de varkenshouderij

Een ander voorbeeld van lokale ketens is de unieke samenwerking tussen PLUS supermarkt, VION en 17 Nederlandse varkenshouders. Deze eigen, transparante en gesloten korte keten levert vers varkensvlees en vleeswaren uit Nederland met het Beter Leven keurmerk 1 ster. De keuze voor een eigen, gesloten keten geeft inzicht in de herkomst van varkensvlees en –vleeswaren en biedt nieuwe mogelijkheden om het milieu-impact te verlagen en dierenwelzijn te verhogen. Voorheen bood PLUS varkensvlees uit Nederland en andere landen in Europa aan; sinds 2019 kiest PLUS alleen nog maar voor varkenshouders van Nederlandse bodem. 

Nieuwe spelers in het zuivelschap

Zuivel was de afgelopen decennia een product dat voornamelijk van grote zuivelcoöperaties kwam. Door miniaturisatie van de technologie - nodig om melk veilig en gezond te kunnen verwerken - zien we dat er ook voor zuivel een markt ontstaat voor kortere ketens. ElkeMelk is hier een voorbeeld van. Dit bedrijf (genomineerd voor de Agrarisch Ondernemer van 2020) brengt melk van de koe direct naar de supermarkt. Wij verwachten komende jaren meer marktintroducties van lokaal geproduceerde en verwerkte melk.

Meer lokaal voedsel in 2021

Deze voorbeelden laten zien dat lokaal voedsel in Nederland steeds meer gewaardeerd wordt. De coronacrisis is de katalysator die de ontwikkelingen in de stroomversnelling brengt. Burger en boer ontmoeten elkaar weer en consumenten (her)ontdekken de kracht van het lokaal geproduceerd voedsel. Al was Nederland voor de crisis al bezig met de transitie – wij verwachten in 2021 nog meer lokaal voedsel op ons bord.